Apotheose: de grote 3 van Stubai

26 augustus 2009

Op woensdag 19 augustus lieten we voor de laatste keer van deze vakantie het dal achter ons. Voor één keer niet te voet, maar met de kabelbaan gingen we naar het Stubaier Eisjoch, midden tussen de gletsjers van het skigebied. In de cabine hadden we een erg fijn gesprek met een plaatselijke bergwachter (een soort vrijwillige bergpolitie), onder andere over de terugtrekking van de gletsjers en over hoe intens een “bergsteiger” wel leeft. Hij vertelde ook over een ontmoeting met een arts die vertelde over het moment dat hij met pensioen ging. “Ik trok de deur van mijn praktijk met al dat dure materiaal achter me dicht en het enige dat ik kon meenemen, was datgene dat ik had beleefd,” had die gezegd. Een levensles op weg naar 3000m…

Op het menu van de dag: het vooral rustigaan doen en eventueel de Stubaier Wildspitze beklimmen. De aanloop naar die topgraat vonden we, ons in eerste instantie een weg banend door de mensenzee die bovenaan de kabelbaan in short en op sportschoenen op de gletsjer op zoek was naar een leuke dag. Bij de route op de Wildspitze die we wilden volgen stond in de gids geen aanduiding van de moeilijkheidsgraad, alleen “alpine erfahrung und tritsichheit erforderlich”. Dat pakte wel even anders uit: we stootten al snel op een stuk IIIe graads rots. Vermits we de rugzakken, met touw en al, een stukje terug hadden achtergelaten, besloten we maar om te keren. We baanden ons door het gletsjerskigebied een weg naar de Hildesheimerhütte, waar we die avond sliepen. Om toch nog maar iets te doen, deden we de nieuwe klettersteig achter de hut. Kort, maar leuk. Over de moeilijkheidsgraad kon niemand ons op voorhand iets vertellen (inclusief de huttenwirt…), maar naar eigen inschatting was het moeilijkste (korte) stukje zowat D (Oostenrijkse quotering). Over het algemeen is het waarschijnlijk een B-C klettersteig.

’s Morgens ging het om 6 uur over goed hardgevroren sneeuw en ijs richting Pfaffenjoch, Pfaffensattel en van daar verder naar de Zuckerhütl, Stubai’s hoogste berg (3500m). In ons gidsje (2006) staat dat de route over de firngraat en dan door de zuidflank niet meer wordt onderhouden en dat de klimhaken die er hier en daar zitten, niet meer worden onderhouden. “Afgeraden” stond er nog bij. Dat klopt niet meer. Deze route wordt zelfs door de gidsen meestal genomen en er zitten een paar vrij nieuwe haken in. De route is zelfs vrij goed gemarkeerd. De normaalroute (bijna helemaal over de firngraat naar de top) was zo goed als onmogelijk geworden door de terugtrekking van de onderliggende gletsjer. Het stuk door de zuidwand staat te boek als IIe graads rots. Het was voor ons een mooie klim en na het Wildspitzedebacle van gisteren de bevestiging dat IIe graad voor ons geen probleem is. De Zuckerhütl is een schitterende berg maar je moet erbijnemen dat je er niet alleen staat… De plaatselijke berggidsen slepen iedereen die een beetje in aanmerking komt en centen genoeg heeft wel naar boven… Van de Zuckerhütl ging het weer over het Pfaffensattel en direct over een geröllwand (steenslag! helm!) naar de top van de Wilder Pfaff (3458m): de 2e grote van het Stubaital. Na alweer een schitterend topmomentje, deze keer wel alleen, klommen we de O-graat (II) af naar de Müllerhütte. Belangrijk om weten is dat de klettersteig van de Pfaffennieder naar de fernerstube niet meer bestaat! Die is voor de zoveelste keer de diepte in gegaan, wist de huttenwirt ons te vertellen. Aan de Müllerhütte kwamen we ook te weten dat ’s anderendaags vanaf ’s middags een koudefront de streek zou treffen. Dat front zou ook nog de hele zaterdag voor slecht weer zorgen… We lieten het niet aan ons hart komen en genoten met volle teugen van het schitterende uitzicht aan de (overigens wel dure) hut. We borgen wel het plan om de volgende dag de Sonklarspitz, Hohes Eis en Schwarzwandspitz te klimmen, op. In de plaats daarvan zouden we direct naar de Wilder Freiger gaan en via de Lubeckerweg afdalen naar de Sulzenauhütte.

Vrijdagochtend kondigde wat ochtendrood inderdaad de komst van het koudefront aan. Wat tempo maken dus! Deels over de gletsjer, deels over de ZW-graat (II, markeringen, zeer veel kabels) klommen we vlot naar de Wilder Freiger (3418m). De 3 grote van Stubai: we did it! Terug veilig beneden geraken was nu de missie. We klommen de ZW-graat terug een stukje af en namen dan de NW-graat (II, markeringen, sporadisch staalkabel) tot punt 3144. Verder klimmen naar de Aperer freiger was verleidelijk, maar het weer veranderde duidelijk, dus verstandig was het niet. Dus kozen we voor de verdere afdaling over de fernerstube en de Lubeckerweg naar de Sulzenauhütte. Daar kregen we nog net de tijd om te genieten van een glas Almdudler en een portie Kaiserschmarren op het terras voor de hemelsluizen voor een eerste keer opengingen. De rest van de dag genoten we dan maar volop na, lazen wat tijdschriften en speelden gezelschapsspelletjes. Het plan voor de komende dagen: op zaterdag hopelijk aan de Dresdnerhütte geraken om daar zondag bij goed weer één of meerdere klettersteigen te klimmen.

Zaterdagochtend werden we tot onze verrassing wakker met zon, goed wetende dat we nog altijd onder invloed waren van een koudefront. In plaats van “snel” naar de Dresdnerhütte te lopen, kuierden we, genietend van elke zonnestraal en met veel pauzes, langs de Wilde wasserweg tot de Sulzenaugletsjer. Pas op het Beiljoch (waar een bijzonder grote collectie steenmannen staat; we hebben er zelf nog eentje bijgebouwd J), merkten we dat het weer opnieuw de verkeerde kant opging. We daalden nog een uurtje in de mist tot aan de hut en dronken nog net als de dag voordien nog iets op het terras tot de regen kwam. Die dag kwamen trouwens nog pakken mensen bij de hut aan, variërend van wat nat tot helemaal doorweekt. Wij waren blij dat we de onweders enkel hoefden te beluisteren vanop onze matras.

De weergoden hielden zich aan de voorspelling: op zondagmorgen deed de zon hard haar best om de laatste sporen van het koudefront weg te wissen en vooral: de klettersteigen op te drogen. Op het programma: de Fernau-klettersteig (D, Oostenrijkse quotering). Het bleek een zeer leuke, afwisselende steig. De Fernau Express-klettersteig (E) lieten we voor wat ze was. D Was moeilijk genoeg voor vandaag. Na een laatste middagje op het terras van de hut, daalden we ’s namiddags af naar de auto, die zoals steeds trouw op ons stond te wachten.

We genoten de rest van de dag met volle teugen na, aten uiteraard in restaurant Pfandl en sliepen uiteraard bij “ons Maria” in het Klausnerhof. Restte ons op maandag 1000 km naar huis te rijden. 

Wat een vakantie…


Stubaier Höhenweg

26 augustus 2009

Van woensdag 12 tot dinsdag 18 augustus was het tijd voor bergsport in, voor ons, één van zijn puurste vormen: een huttentocht. We liepen deze keer de Stubaier Höhenweg. Die staat bekend als zowel technisch als fysiek zwaar. Op 2 etappes na zijn ze allemaal zwart bewegwijzerd. Als je de etappes loopt zoals beschreven op http://www.stubaier-hoehenweg.at/ en je wil ook te voet naar de eerste hut en te voet terug van de laatste hut naar Neustift, dan heb je in principe 9 dagen (goed weer) nodig. Wij liepen de hele tocht op 7 dagen. Wie het extremer wil kan er in principe ook 5 van maken, maar dan heb je wel een paar heel lange dagen en kan je je zeker geen extraatjes veroorloven. 

Voor de eerste dag kozen wij om vanuit Neustift helemaal te voet via de Elferhütte naar de Innsbruckerhütte te lopen. Wie dat niet ziet zitten, kan ook de kabelbaan nemen tot net onder de Elferhütte, of de huttentaxi naar de Karalm nemen. Je knabbelt dan respectievelijk ongeveer 2 tot 4,5 uur van de effectieve staptijd af. Wie via kleine paadjes naar de Elferhütte wil, moet er wel bijnemen dat het pad zeer slecht gemarkeerd is (enkel oude markeringen en richtingssporen). Als je het vindt, heb je wel grotendeels een mooi bergpaadje dat af en toe langs de rand van een skipiste loopt, maar dan zonder het gevoel dat je door een oerlelijk skigebied loopt. We hadden lang getwijfeld over het al dan niet meenemen van onze stokken, maar waren al snel blij dat we ze beiden meehadden. Die zware rugzakken he… Van aan de Elferhütte volgden we het knappe panoramapad naar de Karalm. Van daar ging het nog een keertje omhoog tot de eindbestemming van de dag: de Innsbruckerhütte. Daar vonden we al snel een overmaatse bank die prima dienst deed als kookplek. Kwestie van de kosten wat te drukken, waren we wat eten betreft zo goed als volledig zelfvoorzienend voor de ganse tocht.

Dag 2, van de Innsbruckerhütte naar de Bremerhütte, bleek meteen de zwaarste etappe van de hele tocht. Drie keer moest er een aardig stuk geklommen worden en zo goed als de hele dag moest elke stap geconcentreerd gezet worden op technisch vrij moeilijk terrein. Behoorlijk wat staalkabels zorgden voor wat veiligheidsgevoel. Drie gedenkplaatjes op een halve kilometer afstand voor mensen die op die plekken verongelukt waren, kwamen dat veiligheidsgevoel dan weer niet echt ten goede… De schitterende uitzichten de hele dag lang compenseerden dan weer ruimschoots. Aan de Bremerhütte kregen we ’s avonds een bijzondere service: een schaap kwam de schouderbanden van Stevens rugzak aflikken… Wat de weersvoorspelling betreft, vertrouw je aan die trouwens mooie, gezellige hut misschien ook maar beter de schapen. Op de vraag naar het weer voor de volgende dag, antwoordde iemand van de hut “zoals vandaag” (=mooi weer met een paar wolkjes) maar…

… de volgende dag werden we wakker met gietende regen en zeer beperkt zicht. Tegen vertrektijd was het iets beter, maar we besloten toch maar met volledige regenkledij (broek + jas) te vertrekken. De weergoden waren ons echter toch nog gunstig gezind en na een kwartiertje stappen gingen de hemelsluizen dicht. Het werd wel nog enkele uren oppassen op natgeregend, vervaarlijk hellend gletsjerschlief en andere spekgladde toestanden. Na de passage op de Simmingjöchl werden we getrakteerd op de traverse van een ongeveer 300 m lange, vrij steile sneeuwvlek. Steven zag zijn kans om, in plaats van de traverse te doen, nog wat te zomerskiën en zo in één klap ook een heel stuk pad door een puinhelling te vermijden. Hanne was aanvankelijk wat minder enthousiast over dat plan maar skiede uiteindelijk toch maar mee. Toen we halverwege de sneeuwvlek waren, werden we opgeschrikt door een Française die hoog boven ons uitgleed bij het traverseren. Al snel werd duidelijk dat ze geen flauw idee had van hoe ze moest remmen in de sneeuw. In plaats van zich op haar buik te draaien en zich op te drukken bleef ze onverminderd snelheid maken op haar rug. De snelcursus remmen in de sneeuw die Steven haar toeschreeuwde had maar matig effect op de panikerende dame. Nummer 144 (Notruf) schoot al door onze hoofden, berekenende aan welke snelheid ze op het einde van de sneeuwvlek de rotsen in zou knallen. Net voor het zo ver was, kwam gelukkig haar beschermengel ter hulp en op één of andere manier kwam de Française toch nog op tijd tot stilstand. Ze kwam er met wat blauwe plekken en schrammen en vooral met heelwat schrik vanaf… Het steeds beter wordende weer deed ons beslissen de Nürnbergerhütte voorbij te lopen en na het middagmaal (studentenkoeken, voor onze Nederlandse lezers: overmaatste hardkecks J) door te lopen tot de Sulzenauhütte. Onder de stralende zon genoten we intens van deze schitterende overgang langs gletsjers en hun bijhorende meertjes.

Dag 4 werd een halve rustdag: we liepen slechts van de Sulzenauhütte naar de Dresdnerhütte, maar dan wel via de moeilijke variant over de Grösser trögler. Het bordje “Nur fur Geubten” aan het begin van het pad is niet overdreven. Vooral in de klim zaten een paar zeer pittige, steile passages. In de afdaling vormden lange stukken geröll dan weer de grootste moeilijkheid. Het zwaarste aan deze dag was eigenlijk de mentale instelling “dat het vandaag niet ver was”. Onze benen beantwoorden die instelling bij elke stap met de mededeling dat ze er niet bijster veel zin in hadden… Om onze energievoorraad aan te vullen, trakteerden we ons aan de Dresdnerhütte ’s namiddags dan maar op Kaiserschmarren: njammie! De Dresdnerhütte stel je je trouwens best voor als een half hotel. Ze is bereikbaar met de kabelbaan en ligt midden in een skigebied… Waarschijnlijk heb ik daarmee wel genoeg verteld… Het grootste deel van de namiddag brachten we luierend op een rotsblok door, met 2 momenten van opwinding. Eerst kregen we, bij een poging onze volgende hut te reserveren, te horen dat er geen plek meer was. In het beste geval kregen we notlager, in het andere geval werd het op de grond slapen de volgende dag… Niet echt het geweldigste vooruitzicht. Wat later kwam een reddingshelikopter aangevlogen. Niets bijzonders, tot op het moment dat hij na een rondje rond de hut van richting veranderde en recht op ons kwam aangevlogen. De piloot had een plekje op zo’n 30 m van ons uitgekozen om z’n heli neer te zetten. In reflex grepen we alles wat loslag rondom ons vast en gingen we zo plat we konden. Daarop kregen we een half uurtje de tijd om het stukje spitstechnologie van de reddingsdienst van kortbij te bekijken.

In de hoop toch een plekje op een matras te krijgen om de nacht door te brengen vertrokken we op dag 5 om 6.30 uur ’s morgens naar de Neue Regensburgerhütte. De paden die aan de Dresdnerhütte in die richting vertrekken komen trouwens niet helemaal meer overeen met die op de kaart. Er is nu bvb. wel degelijk een pad over de Eggessengraat dat doorloopt in de goede richting (volgens de kaart niet, wat tot verwarring kan leiden bij de wegwijzers aan de hut). Zowat een half uur voor de Grawagrubennieder begonnen we mensen tegen te komen uit de andere richting. Stuk voor stuk vroegen die of de etappe nog moeilijk was, de één al met meer schrik op het gezicht dan de ander. Eén tegenligger waarschuwde ons dat de afdaling van de col echt wel zeer moeilijk was. De Afdaling van Grawagrubennieder bleek wat later effectief te sleutelpassage van de hele Stubaier Höhenweg te zijn. De insteek (een zeer steil pad) viel nog wel mee, maar het geröllveld om op de (met puin bedekte) gletsjer te raken bleek niet van de poes. We passeerden verschillende groepjes wandelaars die duidelijk niet de tijd van hun leven hadden… Bang zijn wij niet geweest, daarvoor hebben we al wat te veel meegemaakt en waren de weersomstandigheden te goed. Moest het slecht weer zijn geweest, zou deze nieder ook voor ons ongewild spannend zijn geweest. De gletsjeroversteek is gemarkeerd met palen, maar die staan behoorlijk ver uit elkaar. Indien het zicht slecht zou zijn geweest, zou het vinden van het pad aan de andere kant van de gletsjer een moeilijke oriëntatieoefening zijn geworden, bovendien in technisch moeilijk terrein. Onze tip: slecht weer op Grawagrubennieder = wachten op beter in de hut…Tegen 12.45 uur bereikten we uiteindelijk de Neue Regensburgerhütte. Alle twee nog vol energie, besloten we door te lopen tot de Franz Sennhütte. Het weer was goed, de route “slechts” rood en vooral: er was slaapplaats in de hut! Uiteindelijk kwamen we iets na 18 uur bij de hut aan, moe maar heel voldaan.

Dag 6 bestond grotendeels uit het traverseren van de lange bergflank van een zijdal van het Stubaital. Over de moeilijkheidsgraad van deze etappe raken de wegwijzers het niet eens: soms staat ze zwart, soms staat ze rood gemarkeerd. Wij houden het op rood met af en toe een kort stukje zwart. Tijdens deze etappe veranderde het gesteente rond ons weer van graniet naar typische dolomietbergen. Vooral de laatste 2 uur naar de Starkenburgerhütte vonden wij heel knap. Die hut ligt trouwens zelf erg knap op een bergrug. Het uitzicht is er ronduit geweldig. Verwend door alweer een stralend zonnetje lagen we er urenlang naar de bergen te turen en te mijmeren over deze geweldige huttentocht. Almdudler was daarbij zoals steeds ons inpsirerend drankje J.

Op de laatste dag restte ons niets meer dan de afdaling naar Neustift. Wij kozen voor de variant die vertrekt over de bergrug (richting Milders – Neustift) en dat bleek een heel mooie, maar soms wel steile keuze. Tegen de middag stonden we erg voldaan terug in Neustift. De rest van de dag brachten we door met douchen, zalig lekker eten (aanrader in Neustift: restaurant Pfandl, ongelooflijk lekker!), inkopen, zalig nietsdoen en nog meer lekker eten… Tip voor een goedkoop nachtje in Neustift op een zeer authentieke boerderij, gerund door een boer en boerin zo echt als je ze maar kan krijgen: het Klausnerhof bij Maria en Friedl (www.klausnerhof.com). Zelfs het superontbijt en Maria’s moederlijke zorgen zijn in de 15 euro p.p.p.n. inbegrepen!

We hadden tijdens onze huttentocht heel knappe, vergletsjerde bergen gezien. De weersvoorspelling was goed. We hadden al het nodige klimmateriaal, de stafkaarten en de klimgids en nog steeds onze onverzadigbare berghonger… Dus werden die namiddag in Neustift op een terrasje in de stralende zon plannen gesmeed voor de apotheose van deze al o zo schitterende vakantie…
Nog een paar tips, tricks, ditjes, datjes,…

-Voor het eerst op huttentocht ? Dan is de Stubaier Höhenweg volgens ons zeker NIET de beste keuze. Zowel fysiek als technisch is het voor geoefende wandelaars bij goed weer al een hele kluif. Bij slecht weer is bergervaring zowat noodzakelijk…
-Een touw van 15m, een paar slinges en enkele (HMS-)musketons: wij sleurden ze mee en hadden ze niet nodig. Er hangt trouwens al behoorlijk veel staaldraad op de moeilijkste delen van het traject. En toch: als we route opnieuw zouden lopen, zouden we weer genoemd veiligheidsmateriaal meeslepen. Wij hadden immers het geluk bijna constant goed weer te hebben. Bij slecht weer zijn een paar passages ronduit gevaarlijk, hoe geoefend je ook bent. Weten dat je eventueel kan zekeren is voor ons dan altijd een mentale geruststelling. Bij slechte omstandigheden is er zonder touw en de kennis van wat je ermee kan doen op deze höhenweg maar één goede optie: in de hut wachten op beter weer!
-Wie vroeg in het seizoen deze route loopt, neemt best een pickel mee, alweer op voorwaarde dat je weet hoe je die moet gebruiken natuurlijk. Zelfs nu, half augustus, kwamen we nog een paar behoorlijk gevaarlijke sneeuwvlekken tegen…
-Reserveer je hut! Wij belden steeds een dag op voorhand en één keer was zelfs dat al te laat. Augustus is vakantiemaand nummer één bij de Italianen en dat hebben we geweten. Verschillende van onze hutten lagen barstensvol!
-Als je nog geen lid bent van een bergvereniging, word het dan! Je slaapt zo veel goedkoper dat je op een paar dagen je lidmaatschap terugverdiend hebt. Dan zwijgen we nog over verzekering en zo (een gewone hospitalisatieverzekering dekt je reddingskosten in de bergen NIET!).

Foto’s


Sankt Moritz

26 augustus 2009

Zoals gewoonlijk zaten we deze zomer alweer 2 periodes op intersoc in Sankt Moritz. Deze keer waren we allebei wandelgids, dus we hebben heel vaak de beentjes kunnen strekken.

We zagen heel veel bekenden terug, met wie we ons ontzettend geamuseerd hebben! Ook nieuwe mensen leerden we alweer kennen, deze bleven iets minder lang waardoor we hen niet zo goed leerden kennen.

Op de wisseldag tussen de twee periodes door hebben we Piz Murtel en Piz Corvatsch beklommen die in de buurt van het bovenstation van de Corvatschbahn liggen. Het weer werkte die dag niet zo goed mee, maar het sloeg pas echt om toen we alweer beneden stonden te wachten op de bus.

De tweede periode is Hanne eens goed ziek geworden, gelukkig was dit er na een dag platte rust uit. Maar enkele dagen later mocht ze nog eens langsgaan bij de dokter, deze keer met een oorontsteking, gelukkig waren haar laatste dagen enkel lichte wandelingen. Ondanks deze tegenslagen werd het toch een hele toffe vakantie met leuke herinneringen aan zwembandjes, trapjes in de disco, rééébuuus en onze stand-up-comedian natuurlijk!

Deze keer geen foto’s… ons toestel werkte wel, maar we moesten teveel op ons kaart kijken ;-)