Cusco IV: rust in Cusco en foto’s Salkantay & Machu Picchu

3 oktober 2010

Donderdag 30 september tot maandag 04 oktober
We nemen enkele extra rustdagen in Cusco om Peru uit te genieten en ons lichaam wat te laten rusten na 3 maanden van intensieve trekking. Op 04 oktober vertrekken we met de nachtbus richting La Paz (Bolivië) om daar enkele weken rond te hangen. De plannen veranderen nog elke dag, dus wat we daar juist uitspoken zal ter plekke beslist worden.

In Cusco zijn het vandaag (zondag 03 oktober) verkiezingen. Door de “droge wet” mogen de Peruanen sinds donderdagavond geen alcohol meer consumeren. Gevolg is dus dat bars en cafés ‘s avonds niet openen… Juist nu we zin hadden in een feestje. Gelukkig konden we “met reservatie” terecht in The Night Sky om daar nog eens te genieten van een feestje. Ze waren daar zelfs zo tevreden dat ze ons nog een Pisco Sour aanboden. De eerste keer dat we dit proeven, niet echt ons favoriete drankje, maar het kan er nog door.

Voor de rest chillen we hier onze dagen uit. We kookten al enkele keren zelf in onze hostel ‘s middags, dat kan smaken zo’n vertrouwd eten! We maakten zelfs al appelmoes, dat kan je hier niet kopen en missen we toch wel erg… Voor de rest genoten we al van onze “cinema” in de hostel. We keken al naar Shutter Island, Avatar en Angels & Demons. Deze namiddag of avond zal er nog een film moeten aan geloven. Gelukkig zijn deze allemaal Engels gesproken, in het Spaans is het toch wel wat moeilijk om te volgen. Hoewel het misschien al zou lukken…

We laten je nog wat meegenieten van de foto’s van Salkantay en Machu Picchu.


Foto’s Salkantay-trek en bezoek aan Machu Picchu

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Cusco III: Salkantay-trek en Machu Picchu

2 oktober 2010

Vrijdag 24 september
Onze laatste trekking op Peruaanse bodem begint om 05.00 uur ‘s morgens op de Avenida Arcopata, waar we een collectivo-taxi naar Mollepata nemen. Na een ontbijtje beginnen we om 07.30 uur aan de eigenlijke tocht. De dirtroad die we een tijdje moeten volgen is op zich niet zo interessant maar we genieten des te meer van de aangename temperatuur en de geur van de bossen waar we door trekken. Lang geleden dat we nog eens door een bos liepen trouwens. Af en toe nemen we een paadje waarvan we vermoeden dat het een bocht van de dirtroad afsnijdt. Het derde paadje blijkt geen afsteker maar het begin van een alternatieve route. Dankzij de GPS en wat info van de lokale bevolking hebben we dit al snel door. Het pad is veel mooier dan de dirtroad en geen al te grote omweg. We besluiten het te blijven volgen. Pas in de loop van de namiddag komen we terug terecht op de normale route naar Soraypampa, onze eerste kampplek. Langzaamaan verdwijnen de bomen weer onder ons en komen we terecht in onze vertrouwde, kale hooggebergtewereld. Bij het passeren van het plekje Amparay schrikken we ons een bult wanneer plots een naar plaatstelijke normen gigantisch hotel voor ons opduikt. Het is ons meteen duidelijk waarom de dirtroad tot hier is doorgetrokken. Jammer… Een kwartiertje later, wanneer we in Soraypampa aankomen, is het ons in eerste instantie een raadsel waar de kampplek tussen de huizen is. Een soort grote serres, die zien we wel. We komen haast niet bij van het lachen als we merken dat deze ‘serres’ de kampplaatsen zijn. Om de toeristen een plezier te doen hebben ze hier met andere woorden gezorgd voor overdekte kampplaatsen. Het lijkt ons net iets té gezellig en we besluiten onze tent toch maar náást één van de serres te zetten… Eens we van de schok zijn bekomen, genieten we ook wel van het fraaie uitzicht, vooral op de Salkantay (6264 m) waar we morgen naar toe lopen.

Praktisch:
- Er is intussen een dirtroad van Mollepata helemaal tot in Soraypampa. De meeste agency’s brengen hun klanten met een busje tot in Soraypampa of lopen de hele dirtroad af. Een manier om vele kilometers dirtroad te besparen en trouwens ook véél mooier is de alternatieve route die wij liepen. Daarvoor blijf je het pad volgen dat voor de derde keer de weg lijkt af te snijden, aan de linkerkant. Eens je aan een open aquaduct komt, volg je rechts het aquaduct omhoog. Waar het aquaduct een andere dirtroad kruist, steek je deze over en neem je het pad dat min of meer op een kam naar rechts (noordwaarts) omhoog loopt. Blijf dit pad een drietal uur volgen en je komt opnieuw uit op de normale route.
- Wie niet in Soraypampa tussen de trekkinggroepen wil kamperen, kan nog een goed uur verder lopen tot aan de eindmorene van de Salkantay-gletsjer. Daar is een prachtige en onbekende campingplek met water.

Zaterdag 25 september
Soms is het gewoon je dag niet. Hannes darmen doen van ´s morgens vroeg hun best om al hun inhoud in vloeibare vorm naar buiten te werken. Steven is met de verkeerde arm uit zijn slaapzak gekropen en heeft een rothumeur. We besluiten ondanks Hannes toestand toch te vertrekken. Terugkeren kan altijd. De klim naar de Salkantay-pas, naar onze normen nochtans niet echt zwaar, wordt een calvarietocht. Hanne sleept zich met de weinige energie die ze in zich heeft vooruit en Stevens gemoedstoestand neigt ondertussen naar tijdelijk zware depressie. Het vreselijk drukke pad – trekkinggroepen, arrieros en hun dieren vliegen ons in beide richtingen om de oren – helpen niet bepaald. Steven voelt zich voor het eerst hier in Peru een kuddedier op een toeristische snelweg. Hanne heeft niet genoeg energie om ook maar iets te voelen. Het plaatje wordt helemaal afgemaakt door een groep vreselijk luidruchtige Nederlanders die urenlang rond ons blijven hangen. (Voor alle duidelijkheid: we hebben helemaal niets tegen Nederlanders in het algemeen!) Het is bijna 13.00 uur als we uiteindelijk de Salkantay-pas bereiken. Die hangt stevig in de mist dus van Salkantay zelf krijgen we helemaal niets te zien. Een uurtje later, op het eerste goede kampplekje weg van de trekkinggroepen, besluiten we er wijselijk mee te stoppen voor vandaag. We gaan alletwee op onze rug de tent in en babbelen en rusten de namiddag vol. Tegen zonsondergang zijn Hannes darmen gekalmeerd en Stevens hoofd weer min of meer in orde. Mindere dagen, ze moeten er ook zijn.

Praktisch:
- 30 à 45 Minuten voor het bereiken van de pas is een kampplek met winkeltje.

Zondag 26 september
Gezond, zowel fysiek als mentaal, en met nieuwe moed beginnen we aan de lange afdaling naar Collpapampa. Onze off-day van gisteren heeft een verrassend positief effect. Doordat we zowat halverwege tussen de kampplekken van de agency’s stonden, zitten we vandaag niet in de toeristenstroom. We genieten met volle teugen van de rust en het spectaculair veranderende landschap. Op een paar uur tijd komen we van kaal hooggebergte met gletsjers terecht in de uitlopers van het Amazonewoud, inclusief palmbomen, lianen, zeer dichte begroeiing en een temperatuur van om en bij de 30 graden. Dit hebben we nog nooit meegemaakt! De Peruanen die we onderweg ontmoeten zijn bijzonder vriendelijk en heel behulpzaam bij het zoeken naar het juiste pad. We willen onze herwonnen rust niet afgeven en besluiten weer te kamperen op een ongewone plek. Het wordt de tuin van de Peruaanse Martha en haar man die ons in ruil voor het kopen van wat drank in hun winkeltje een plek voor de nacht aanbieden. We krijgen er nog wat entertainment bij in de vorm van twee Peruanen die zich met het bier uit het winkeltje ladderzat drinken.

Praktisch:
- De extreme klimaatswissel op deze dag heeft als negatief gevolg de sterke toename van het aantal muggen die het op je gemunt hebben. DEET helpt, maar ook niet meer dan dat. Verwacht je aan muggenbeten…
- In Collpapampa, Waynapoco (een half uur voor Lluscamayo, staat niet op de kaart) en Lluscamayo zijn goede kampplekjes, maar allemaal privé-eigendom. De eigenaars verwachten meestal niet dat je betaalt voor de plek, maar wel dat je iets koopt in hun winkeltje.

Maandag 27 september
Veel Peruaanse bergbewoners gaan slapen net na zonsondergang en staan weer op wanneer de zon opkomt. Martha, onze sympathieke gastvrouw, luistert graag van ‘s morgens vroeg naar de radio. We zijn bijgevolg om 05.00 uur al klaarwakker. We vertrekken dan maar wat vroeger en merken al gauw dat het vandaag snikheet zal worden. Ons tropisch oerwoudgevoel wordt er enkel maar groter door. Als we na een kleine twee uurtjes in het dorpje Playa aankomen, stijgt de temperatuur al vlotjes voorbij de dertig graden. Hier wijken we weer af van de normale Salkantay-trek. De meeste groepen nemen hier een busje naar Santa Teresa om van daar verder te reizen naar Machu Picchu. Wij willen de Inca-stad op eigen krachten en via een veel mooiere route bereiken. Daarvoor moeten we vandaag nog wel over een pas raken die zowat 800 meter hoger ligt. Het pad is erg knap, de hitte steeds groter. Na de doortocht door enkele koffie- en bananenplantages is er meestal geen beschutting tegen de zon meer. We drinken samen ongeveer 2,5 liter per twee uur die we er meteen weer uitzweten. Geen beekje wordt onbenut gelaten om onze watervoorraad aan te vullen. Gelukkig brengt de opnieuw dichte begroeiing rond de pas een klein beetje afkoeling. Een kwartiertje na de pas komen we op een prachtige open plek die duidelijk ooit het centrale plein was van een dorp. Van dat dorp (door de lokale bevolking Llactapata genoemd, op de kaart Paltallacta) blijven enkel ruïnes over waarvan slechts een deel is vrijgemaakt. Het is een mysterieuze plek die tot onze verbeelding spreekt met als kers op de taart ons eerste uitzicht op het 6 kilometer verder liggende Machu Picchu. Er is helaas geen water meer op deze plek, wat kamperen moeilijk maakt. Waar een wil is, is echter altijd een weg. Na een vergeefse zoektocht naar een beekje daalt Steven nog 100 meter af naar een Lodge waar hij wat water koopt. Wie in Llactapata wil kamperen moet er wat voor over hebben (of veel water meeslepen)!

Praktisch:
- In Playa zijn verschillende kampplekken van het type “koop iets in onze winkel en je mag hier kamperen”.
- De staptijden die in de Lonely Planet “Trekking in the Central Andes” staan voor het gedeelte Playa – Llactapata kloppen van geen kanten. Na Playa ben je op minder dan een half uur aan de doorwading en slechts 5 minuten na het wad vind je rechts al de klim naar Llactapata. Je kan niet missen, want er staat een groot bord. De klim zelf duurt dan weer 3 à 4 uur in plaats van de opgegeven 2 uur.
- Wie kamperen in Llactapata te mooi vindt om waar te zijn, kan ook kamperen aan de lodge, een klein kwartiertje verder.

Dinsdag 28 september
Na nog wat rondneuzen tussen de ruïnes van Llactapata duiken we in twee steile uurtjes naar de hydro-elektrische centrale in het dal en het lokale treinstation “kilometer 122″. Enkel nog een elftal kilometer langs de treinsporen scheiden ons van de camping aan de voet van Machu Picchu. Al is het pad zelf dan eerder eentonig, het landschap maakt erg veel goed. Het spoor draait rond de bergkam waarop Machu Picchu ligt waardoor we in de laatste kilometers weer een ander zicht op de stad krijgen. Onderweg lopen we nog twee Duitse meisjes tegen het lijf die we in Cusco hadden leren kennen. Ze geven ons nog wat nuttige informatie over ons bezoek van morgen. Eens we de camping vinden, lopen we onmiddellijk verder naar Aguas Calientes, een oerlelijk toeristengat, waar we onze tickets voor Machu Picchu kopen. Na een gezellige avond blijft het ‘s nachts meer dan 20 graden warm, dicht bij ons persoonlijke kookpunt dus ;-) .

Praktisch:
-
Na Llactapata vind je pas helemaal in het dal terug drinkbaar water.
- In plaats van langs de treinsporen te lopen, kan je ook één keer per dag een trein nemen van kilometer 122 naar Aguas Calientes. Wie besluit te stappen kan de eerste lussen van de spoorweg afsnijden. Vraag de locals naar het pad.
- Tickets voor Machu Pîcchu zijn enkel te koop in het Cultureel Centrum van Aguas Calientes en kunnen enkel cash met soles betaald worden.
- De camping aan de toegangspoort (Puente Ruinas) naar Machu Picchu kost je 15 soles per tent.
- Grote rugzakken zijn verboden in Machu Picchu. De vriendelijke Carlos van de vlinderboerderij naast de camping wil er echter gerust een dagje op letten voor 2 soles. (Voor jonge knappe meisjes is het gratis, maar Steven is de vraag gaan stellen…)

Woensdag 29 september
(Lees volgend tekstdeel luidop met de stem van Willy De Smedt, een 84-jarige, gepassioneerde commentator van lokale sportevenementen.) Welkom dames en heren op deze zoveelste editie van de Machu Picchu hikingrace! We volgen vandaag in het bijzonder onze twee landgenoten Steven en Hanne die proberen binnen de eerste 400 aan de ingang van Machu Picchu te raken, noodzakelijk voor het bemachtigen van een ticket voor Wayna Picchu. Het is nu exact halfvijf en Steven en Hanne staan zowat als vijftigste in de startbox aan Puente Ruinas. Alle deelnemers lijken nog rustig, maar er hangt duidelijk spanning in de lucht. Regelmatig turen de atleten naar de finishlijn, zowat 400 meter hoger. Kwart voor vijf, dames en heren, het is zo ver! Het slot gaat van het hek en de intussen meer dan 100 deelnemers spurten uit de startblokken. Het tempo wordt meteen bijzonder strak gehouden. Het is duidelijk dat enkele deelnemers er meteen een ferme lap op willen geven om de tegenstand af te matten. Ooh, wat gebeurt er daar? We zijn slechts vijf minuten weg en enkele deelnemers komen al in moeilijkheden. Jaja, even stoppen is de enige optie voor sommigen om hun ademhaling opnieuw onder controle te krijgen. Steven en Hanne volgen momenteel nog gezwind en geconcentreerd de stroom bergopwaarts. Een kwartier zijn we bezig en het aantal atleten in moeilijkheden wordt steeds groter. Het parcours begint te lijken op een slagveld van uitgeputte mensen terwijl de verschillen tussen de verschillende groepjes steeds verder oplopen. Hanne en Steven plukken duidelijk de vruchten van hun intensieve voorbereiding en schuiven plaats per plaats naar voor. Oh nee, wat gebeurt daar!? Een gids heeft met zijn groep een nog korter paadje genomen! De snoodaards! Helaas is in deze wedstrijd alles toegelaten, beste sportliefhebbers. Onze twee Belgen kunnen de onsportievelingen nog net voorblijven. In de verte wordt een nieuwe dreiging hoorbaar: in Aguas Calientes zijn de eerste bussen met toeristen ook al vertrokken. Zullen zij voor onze Belgische helden de felbegeerde Wayna Picchu-tickets halen? Spannend! Hanne voelt het gevaar, zet zich op kop van de groep en houdt het tempo bijzonder strak. En ja, beste sportliefhebbers, ze doen het! In een toptijd van slechts 45 minuten halen Steven en Hanne zowat als twintigste de ingang van Machu Picchu! De tickets voor Wayna Picchu zijn binnen!

Naar schatting binnen de twintig minuten na onze aankomst zijn de tickets voor Wayna Picchu de deur uit. We staan kleddernat in het zweet, maar de beloning is er. We zijn één van de eersten die binnenmogen in Machu Picchu en mogen straks de heilige berg, Wayna Picchu, op. Het weer is goed (niet evident hier) en we genieten met volle teugen van dit terechte wereldwonder. Een beschrijving van ons bezoek zou ons te ver leiden. Wie geïnteresseerd is, vindt pakken informatie over Machu Picchu op het internet.

‘s Avonds nemen we de trein naar Ollantaytambo en van daar een collectivo die ons rond 2 uur ‘s nachts in Cusco afzet. Einde van deze trekking en meteen ook van onze reis door Peru… En of het geweldig was!

Praktisch:
- We hebben heel wat praktische informatie die kan helpen bij een bezoek aan Machu Picchu, maar regels, tijden en tarieven veranderen voortdurend. We doen daarom niet de moeite al onze informatie hier te posten, aangezien die over een paar maanden waarschijnlijk al weer verouderd is. Wie in de loop van de komende maanden Machu Picchu wil bezoeken, willen we op eenvoudige vraag graag verderhelpen. Contacteer ons.

Besluit
De Salkantay-trek is een prachtig alternatief voor de klassieke, overbelopen, dure en streng gereglementeerde Inca-trail. Je krijgt heel wat minder Inca-sites te zien maar krijgt er bijzonder diverse en spectaculaire natuur voor in de plaats. Door de immense vraag naar trekkings naar Machu Picchu wordt ook de Salkantay-trek steeds populairder. Wie zijn best doet, kan nu nog wel op grote delen van de route de groepen ontwijken. Hopelijk staat deze trekking niet het zelfde lot te wachten als de Inca-trail zelf…


Cusco I: 9 dagen trekken in de Cordillera Vilcanota

22 september 2010

Negen dagen onderweg in een schitterend bergmassief, waarvan vijf zonder pad. Een route die door een Peruaanse berggids onmogelijk wordt geacht. Nauwelijks een mens gezien. Verslag van de prachtigste trekking die we ooit liepen. We verontschuldigen ons op voorhand voor de hoeveelheid superlatieven in dit bericht.

Wat voorafging
In België leken onze opties in de Cordillera Vilcanota beperkt tot de normale Ausangate-trekking. In de Inka-pub in Huaraz stootte Steven in een boekje op een kaart waarop ook een andere route stond ingetekend. Die liep dwars door het hart van de Vilcanota met een pas op bijna 5400 meter. Meer uitleg ontbrak. In Cusco kochten we de meest recente topografische kaart van het gebied (daterend van 1964…). Die voorspelde niet veel goeds betreffende de alternatieve route. Delen ervan zouden over gletsjer lopen. Maar ook de gletsjerstanden op de kaart dateerden uiteraard van 1964. We gaven niet op en zochten contact met een Peruaanse berggids die vaak door het massief trekt. Hij boorde onze hoop helemaal de grond in. Ook volgens hem was de route die we wilden lopen nog deels overgletsjerd en dus onmogelijk. We deden toch nog maar wat opzoekingswerk op het internet door de naam van een meertje halverwege de route te googleën. Dat leverde drie hits op: twee vermeldingen in een lijst van Peruaanse meren en één in een Duits trekkingboekje. In ”Peru für Trekker und Bergsteiger”, geschreven door Oskar E. Busch in 1996, bleek een beschrijving te staan van onze “droomroute”. Op Googlebooks konden we een deel van de beschrijving lezen.  De auteur beschrijft de “Korridor durch die Vilcanota” als moeilijk, maar fantastisch voor ervaren trekkers. Eén en al enthousiasme maakte zich meester van ons. We rondden onze beperkte voorbereiding af met het bestuderen van vage luchtfoto’s op Google Earth. Het plan: in vijf dagen de “Korridor” afwerken en dan in vijf dagen via de normale Ausangate-trek terugkeren naar Tinqui. 

Zondag 12 september
Rond 7 uur ‘s morgens kruipen we op de Siwar-bus naar Tinqui. We krijgen meteen spektakel. Bij een poging om de kuip van een kruiwagen vast te maken op het dak van de bus, valt het ding er langs de andere kant weer af. De kuip boort zich door de voorruit van een taxi die naast de bus staat. Wat volgt is een hilarische discussie tussen de taxi- en de buschauffeur. De taxichauffeur is uiteraard razend kwaad voor de verbrijzelde voorruit. De buschauffeur vindt dat hij eigenlijk niets heeft misdaan. De taxi had daar maar niet moeten staan. Een financiële regeling en wat vertraging later kunnen we dan toch richting het vertrekpunt van onze trek. Dat onderweg de motorkap van de bus wordt opengezet voor wat extra koeling (waardoor het zicht van onze chauffeur gehalveerd wordt) verbaast ons al lang niet meer. Een kleine drie uur later staan we in Tinqui, een dorpje dat zo in een Amerikaanse roadmovie kan. We versieren er zonder moeite een taxi die ons nog een vijftiental kilometer verder naar Mallma brengt. Onderweg wordt er even getankt. Niet een pomp, maar een openstaand vat benzine, een emmer en een trechter zijn daarvoor nodig…

Tijd voor het echte werk. Langs Pallcapampa en Cochasiqui klimmen we ons een weg naar het azuurblauwe Laguna Singrenococha. Onderweg maken de Vilcanota-honden hun reputatie meteen waar: er zijn nogal wat gebaren en stenen nodig om de vervaarlijk blaffende beesten af te houden.  Tot onze grote verbazing komen we ook twee toeristen tegen. Het blijken Duitsers die de route die wij willen lopen net in omgekeerde richting hebben afgewerkt. Makkelijk was het niet, maar schitterend des te meer. De ontmoeting geeft ons zelfvertrouwen een stevige boost. Op een richel aan de zuidkant van Singrenococha vinden we een eerste prachtige kampplekje.

‘s Avonds duiken maar liefst drie problemen op die onze plannen wel eens in de war zouden kunnen sturen. Het grootste probleem: Hanne is vergeten onze voorraad Micropur, een zuiveringsmiddel voor water, aan te vullen. We kunnen in de loop van de komende dagen slechts 16 liter water zuiveren. Daarbij blijkt ook de filter van de benzinepomp van onze brander losgekomen te zijn en de rits van onze tent te haperen…

Praktisch:
- De bussen van Cusco naar Tinqui vertrekken allemaal aan het Coliseo Cerrado, een plek die alle taxichauffeurs kennen. Wij kozen voor de maatschappij Siwar omdat die het regelmatigst vertrekken en ook goedkoop zijn ( 7 soles per persoon).
- Taxi Tinqui – Mallma: 15 soles
- Pas op voor de honden in de afgelegen delen van de Cordillera Vilcanota. Ze zijn geen mensen gewoon en reageren soms buitengewoon agressief wanneer je voorbijkomt. Stenen werpen of doen alsof is de enige doeltreffende afschrikmethode. Wij zijn blij dat we gevaccineerd zijn tegen rabiës… We raden ten stelligste aan dit in België te laten doen. In het buitenland is deze vaccinatie vaak ofwel onmogelijk ofwel onbetaalbaar. 

Maandag 13 september
We ontbijten op onze richel met een adembenemend zicht op het meer onder ons. Wat later beginnen we langs de rivier die in het meer uitkomt aan onze zoektocht naar de Vilcanota-doorgang. We kruipen over ontelbare moreneruggetjes en passeren heel wat, allemaal anderskleurige, meertjes. Dit is een stukje van het paradijs. Geen pad, alleen wij en een fantastisch desolaat landschap. We krijgen er ook nog eens een halo bovenop, een zeldzaam natuurverschijnsel dat eruitziet als een cirkelvormige regenboog rond de zon. Na Laguna Uchuypuca Faucet staan we voor de eerste grote hindernis van deze tocht: een verticale, zowat 200 meter hoge morenerug. Dankzij een tip van de Duitsers op dag één weten we dat we aan de rechterkant van de muur steenmannen kunnen vinden. Die markeren een mogelijke route omhoog. Zonder veel moeite vinden we het cairnspoor. Eens de muur is overwonnen komen we terecht in een nog grotere morenechaos. Cairns blijven de weg wijzen. Rond ons storten prachtige  ijsvallen zich naar beneden en duiken viscachas onder de rotsen wanneer we voorbijkomen. Aan Laguna Huarurumicocha besluiten we dat het welletjes is voor vandaag. Aan de noordkant van het meer vinden we een plekje dat net groot genoeg is voor onze tent.

Praktisch:
- Net als gisteren is er vandaag geen pad. Tot Laguna Uchuypuca Faucet ben je helemaal op jezelf aangewezen wat betreft oriëntatie. Vanaf dat laatste meer zoek je best naar cairns die je door de morenes loodsen. Op een bepaald moment lopen twee cairnsporen uit elkaar. Je volgt hier best het rechterspoor dat je aan de rechterkant van de schijnbaar onmogelijke morenemuur omhoogloodst.
- Het hoogteverschil tussen Laguna Singrenococha en de kampplek van de dag aan Laguna Huarurumicocha bedraagt slechts ongeveer 600 meter. Door het voortdurende op- en affen door de morenechaos klim je in werkelijkheid op deze dag meer dan 1000 meter.
- Wie deze vermoeiende dag wil splitsen in twee korte dagen, vindt een mooi kampplekje in de buurt van Laguna Uchuypuca Faucet. Tussen dat meer en onze kampplek is in het droge seizoen geen water te vinden. In het regenseizoen daarentegen staan heel waarschijnlijk de mogelijke kampplekjes onder water.
- Wie een grote kampplek wil of plaats nodig heeft voor meerdere tenten vindt veel geschiktere kampplekjes aan de zuidkant van Laguna Huarurumicocha.

Dinsdag 14 september
Vandaag hoeven we niet veel verder te raken, dus beginnen we met een extraatje. We vermoeden dat we vanop de morenerug naast ons kamp wel eens een mooi uitzicht zouden kunnen hebben op de ijsvallen die vanop de Nevado Alcamarinayoc naar beneden komen. Ons klimmetje wordt inderdaad beloond met een adembenemend uitzicht niet alleen op de ijsval, maar ook op het schitterende gletsjermeer dat zich eronder heeft gevormd. We vergapen ons drie kwartier lang op de drijvende ijsblokken en het puin dat zich in het meer stort. Het zou trouwens niet het laatste meer zijn op deze trekking dat niet op de kaart staat. Door het terugtrekken van de gletsjers vormen zich in dit gebied de laatste tijd nogal wat nieuwe meren. We breken ons kamp op en zetten onze jacht op steenmannen zuidwaarts opnieuw verder. Onderweg permitteren we ons nog een extraatje: we eten ons middagmaal op op de eindmorene van de gletsjer die van de Nevado Jatunpampa komt. Alweer een schitterende ijsmuur is het decor. Dessert van het middagmaal: een ijskoude doorwading van de rivier die van onze middaggletsjer komt. Een paar niet op de kaart staande meertjes later vinden we de vier Lagunas Chuyanecocha, waar we ons hoogste kamp ooit maken: iets meer dan 5300 meter hoog. Als er zoiets als het paradijs voor trekkers bestaat, dan zou het wel eens hier kunnen zijn. De Nevado Chumpe (of Jatunriti) mag met zijn 6106 m hoge witte pracht zo onze top 5 van mooiste sneeuw- en ijsbergen van de wereld in. De immense gletsjerzee die er in ZO-richting naastligt is niet minder spectaculair. De uitzichten vanop deze bijzonder onbekende plek van het massief jagen keer op keer adrenaline door ons lijf.

‘s Avonds duikt jammergenoeg een nieuw probleem op: de steel van onze pan is onvindbaar. De oorzaak is snel gevonden. ‘s Morgens heeft Steven een schuivertje gemaakt, gelukkig zonder verwondingen, waarbij de afwas uit zijn handen vloog. Daarbij is de steel van onze pan hoogstwaarschijnlijk tussen de rotsen verdwenen. De pan van het vuur nemen zal heel wat moeilijker zijn vanaf nu…

In de verte onweert het urenlang bijzonder hevig. Prachtig om naar te kijken, maar we zijn blij dat het niet boven ons hoofd gebeurt.

Praktisch:
- Vandaag vind je zowat om het half uur een geschikte kampplek.
- Je hebt tijd zat voor deze etappe. Gebruik die om naar hartelust te pionieren in dit niemandsland.

Woensdag 15 september
Na een slechte nachtrust (niet verwonderlijk op 5300 m hoogte) volgen we weer een duidelijk spoor van cairns tot op de onbenoemde pas van deze “Korridor”. Om 09.30 uur staan we op net geen 5400 meter te genieten van een uitzicht dat waarschijnlijk slechts een paar mensen per jaar te zien krijgen. Naast ons liggen fantastische gletsjers, diep onder ons ligt het 14 kilometer lange Laguna Sibinacocha en om het geheel af te maken loopt af en toe een vicuña (de plaatstelijke steenbokken) voorbij. We beginnen aan de lange afdaling, voor de verandering door een wirwar van morenes. Hagedissen en viscachas schieten ons voorbij terwijl het landschap voortdurend van kleur wisselt. Rond een uur of één staan we voor het eerst in dagen eens niet op morenepuin maar op een grasvlakte. Nog een uurtje later vinden we een kampplekje aan het hoogste grote meer van Peru: Laguna Sibinacocha. Deze plek heeft de reputatie een microklimaat te hebben met bijzonder hevige namiddagstormen, ijskoude nachten en heldere ochtenden. Deel één van die reputatie wordt meteen waargemaakt: we krijgen ‘s namiddags een hevig onweer met pakken hagel over ons heen. We doden de tijd met het bestuderen van onze route van morgen op de kaart.

Rond een uur of vijf, na het onweer, duikt alweer een probleem op. Het daarstraks nog glasheldere water uit het meer blijkt door het onweer veranderd in een bruine, wild klotsende smurrie. Onbruikbaar om mee te koken. Plan B: verderop water gaan zoeken. Waarschijnlijk is er een half uurtje verder in een rivier wel nog helder water. Helaas wonen daar ook een paar mensen. Water gaan halen bij valavond door onbekend bergterrein, bij Peruanen en bijhorende honden die zelden een mens zien passeren, lijkt ons geen geweldig goed idee. Plan afgevoerd. Plan C dan maar: rond onze tent liggen de hagelbollen van het onweer hier en daar nog een goed centimetertje dik. We besluiten de bruikbare bolletjes te verzamelen en te smelten. Het wordt een intensief werkje dat ons na meer dan een uur zwoegen een litertje water oplevert. Samen met wat we nog hadden is dat genoeg om te koken en de nacht door te komen.

Praktisch:
- We kamperen ongeveer halverwege tussen het huisje van Cochauma en de huisjes van Murmurani, op een vlakker deel aan het meer. Dat plekje beschouwen de mensen uit de buurt als “publico”. De ruimte rond hun huizen zijn voor hen “privado”. Kampeer er onder geen beding zonder toestemming te vragen. Hun honden zullen het trouwens ook niet appreciëren…

Donderdag 16 september
Na een stevige vriesnacht veroorzaakt onze wekker even massahysterie bij de vogels rond de tent. We zijn meteen goed wakker. Sibinacocha maakt ook het laatste deel van haar reputatie waar: het is een prachtige ochtend! Terwijl we ontbijten komt een Peruaan in nauwelijks verstaanbaar Spaans een praatje met ons slaan. Onze route van vandaag loopt door “zijn” vallei, de Quebrada Huampunimayo, en daarvoor vraagt hij heel beleefd een vrijblijvende bijdrage. De man is in de wolken met de 6 soles die we hem geven. De nog niet weggedooide hagelbolletjes geven het al schitterende landschap nog iets extra op het eerste deel van onze tocht. Kuddes lama’s en alpaca’s trekken samen met ons omhoog in de richting van de Montura-pas. Waar die exact ligt, weten we niet. We hebben enkel het kruisje dat de berggids die we in Cusco om hulp vroegen op onze kaart heeft gezet. De Montura-pas is de hoogste en moeilijkste verbindingspas tussen Sibinacocha en de Ausangate-trek, maar waarschijnlijk ook de knapste. Achteraan in de Quebrada Huampunimayo is het gokken waar de pas juist ligt. Is het de kleine opening centraal op de muur die de vallei afsluit of een paar honderd meter meer naar rechts tegen de gletsjer die van de Nevado Japujapu komt af? We gokken op het eerste en klimmen eerst over verrassend moerassig terrein, vervolgens over een puinhelling naar de opening. Het blijkt niet de juiste pas. We zitten te hoog (meer dan 5400 meter) en hier de NW-helling richting Ausangate afdalen lijkt onmogelijk. Na het middageten trekken we dan maar in NO-richting over de scherpe graat richting Japujapu. Tussen ons zoekwerk naar een mogelijke afdaling door genieten we volop van de vergezichten over de hele Cordillera Vilcanota en het Laguna Sibinacocha. Hier en daar zijn vreemde, soms huizenhoge ijsblokken midden op de puinhellingen de prachtige, maar ook triestige getuigen van het terugtrekken van de gletsjers. De vele vuurrode bergflanken geven het geheel een nog buitenaardser tintje. Uiteindelijk wordt de graat te steil en rest er ons geen andere mogelijkheid dan terug een stukje de ZO-helling, van waar we komen, terug af te dalen. Gelukkig vinden we nu wel snel een mogelijke passage naar de NW-kant, vlak tegen de gletsjer. Voorzichtig zoeken we ons tegen de gletsjer af een weg naar beneden. Uiteindelijk vinden we iets dat op een pad lijkt, maar daarom niet makkelijker is door het vele losliggende puin. Het was onze bedoeling te kamperen aan het onderste van de Lagunas Osjollo Anante, maar dat feestje gaat niet door. Het meertje blijkt in de afgelopen jaren volledig dichtgeslibd. Daarom steken we de vallei over (alweer een ijskoude rivercrossing) waarna een kort klimmetje ons naar het bovenste van de twee meertjes brengt. Het bovenste Laguna Osjollo Anante blijkt wel nog een helder blauw gletsjermeertje. Er is plaats voor exact één tentje. Voor de zoveelste dag op rij hebben we een uniek plekje met een fantastisch uitzicht op het ijs dat zich rond ons naar beneden stort.

Praktisch:
-
Vandaag zijn er geen cairns en geen paden om de weg te wijzen. Toch is oriëntatie niet zo moeilijk als je weet waar je naartoe moet. In de Quebrada Huampunimayo blijf je best aan de rechterkant van de vallei. Achteraan in de vallei ligt de Montura-pas (of toch een mogelijke pas :-) ) uiterst rechts (NO), tegen de gletsjer, op de muur die de vallei afsluit. Eens je de pas over bent, blijven de vicuñasporen die je als pad kan gebruiken lang hoog tegen de linkerkant (ZW) van de vallei. De Lagunas Osjollo Anante zie je duidelijk liggen.
- Om ons uiteindelijke kampplekje te bereiken klommen wij door de droogstaande beek die van het bovenste van de twee meertjes komt. Wanneer er water in de beek staat zou dit kampplekje wel eens onbereikbaar kunnen zijn. Je moet dan immers over een steil stuk morene naar boven.

Vrijdag 17 september
Ons paradijslijk kampplekje voelt ‘s morgens bijzonder koud aan door de hevige wind. Er is wel weer geen wolkje aan de lucht en we krijgen het al snel warm terwijl we ons voor de verandering door morene en puin een weg naar de pampa zoeken. Een uurtje later is het zo ver: we staan op de Pampa Puca Puca die we afdalen tot Jampa, het dorpje (10 huizen) dat ons aanknopingspunt is met de Ausangate-trek. Even voor de duidelijkheid: de Nevado Ausangate (6372 m) is de wat afgescheiden hoogste berg van de Cordillera Vilcanota. De normale vijf- of zesdaagse trekking is een prachtig rondje rond de berg in tegenwijzerzin. Wij pikken in op de trek waar je normaalgezien al een dag of vier onderweg bent, maar lopen verder in wijzerzin. Een paar kilometer voorbij Jampa houden we na een rivercrossing een lange middagpauze en beslissen onze trek een dagje in te korten. Het weer is schitterend, te schitterend om er niet van te profiteren. ‘s Namiddags passeren we een gids met een paard dat zelfs de dagrugzakken van de twee klanten draagt. Die klanten sjokken hijgend en zwetend achter het paard aan. We zijn duidelijk weer op een “normale” trekking beland. Het zijn de eerste toeristen die we sinds de Duitsers op dag één te zien krijgen. Wat verder in Pampacancha ontmoeten we twee arrieros die het kamp voor een groepje van vier toeristen aan het opzetten zijn. We slaan een gezellig praatje en moeten nogal wat details bovenhalen om de Peruanen ervan te overtuigen dat we werkelijk de route Singrenococha – Sibinacocha gelopen hebben. We voelen toch wel enige fierheid als de arrieros ons als “muy fuerte” bestempelen. We trekken nog wat verder in de richting van het basecamp van Ausangate. Na toestemming gevraagd te hebben aan een lokale herder zetten we onze tent uiteindelijk aan de rand van een recente aardverschuiving. ‘s Avonds komt Santos, de herder in kwestie, nog eens langs voor een gezellig praatje dat eindigt met de aanbieding om morgenvroeg wat traditionele liedjes voor ons te komen spelen.

Praktisch:
- Tot Jampa is er van een pad of steenmannen weer helemaal geen sprake, buiten wat veesporen. Ook na Jampa ben je nog heel vaak aangewezen op goed oriënteren.
-  In Jampa zijn waarschijnlijk twee bruggen, waarvan wij er eentje domweg misten. Wil je je nog eens natte voeten besparen, zoek dan wat beter dan wij…

Zaterdag 18 september
‘s Morgens vroeg staat Santos inderdaad in volledige traditionele klederdracht en met een soort mandoline en een mondharmonica aan onze tent. Een half uur lang entertaint hij ons met zijn muzikale repertoire. We geven hem uiteindelijk een paar soles en een zak pasta waar de man duidelijk gelukkig mee is. Langs verschillende aardverschuivingen zoeken we ons daarna een weg naar de Palomani-pas (5150 m), waar we rond een uur of elf zijn. Onderweg zijn de uitzichten op de Nevado Ausangate en de Nevado Santa Catalina Chilenita – vergeef ons de eentonigheid – adembenemend. Aan de andere kant van de pas zorgt het uitgebreide kleurenpalet van het maanlandschap dan weer voor de “wauws”. In de afdaling naar Laguna Ausangatecocha passeren we een groep van een tiental Fransen. Enkel hun Peruaanse begeleiders vinden het de moeite ons te groeten. Aan het meer genieten we van ons middagmaal en het sublieme natuurspektakel van de Ausangate-gletsjer die tot net boven het meer komt. Om aan Laguna Jatun Pucacocha, de beoogde kampplek van de dag, te komen, moeten we nog één pas over. Bovenop die pas ontmoeten we een excentrieke Brit die al drie en een half jaar aan het reizen is. Werken doet de man enkel als hij geen geld meer heeft. Na een lange babbel over koetjes en kalfjes en het uitwisselen van wat informatie dalen we in ongeveer een uurtje naar onze kampplek. Een arriero is er net de vierde tent aan het opzetten, waarschijnlijk voor een grote groep dus. Groot is onze verbazing als de man ons vertelt dat dit alles voor slechts 2 toeristen is. De twee dames doen de normale Ausangate-trek. Om hun comfort te verzekeren reizen maar liefst 5 Peruanen, 6 muilezels, 5 tenten en een pak luxeartikelen mee. Neusje van de zalm van dit alles: een soort wc-bril op poten zodat de dames comfortabel hun behoefte kunnen doen. Het is maar hoe je “trekking” interpreteert…

Praktisch:
- Voor de verandering ben je op deze dag vaak bezig met het zoeken naar het pad. Tip voor wie kan werken met GPS: zoek op wikiloc.com eens naar “Ausangate”. Je vindt twee volledige GPS-tracks. Sla deze op in je GPS. Zo heb je tenminste een idee of je wat in de goede richting zit.

Zondag 19 september
Na een heel rustige ochtend zoeken we ons langs verschillende meren een weg naar de Arapa-pas. De zichten op de verschillende Ausangate-toppen wisselen voortdurend, maar zijn allemaal even spectaculair. Een klein uurtje voor de pas verandert het landschap langzaam aan in een glooiende woestijn met net daarnaast nog steeds de machtige Ausangate. Op de Arapa-pas (4750 m) peuzelen we ons middagmaal op. Een paar bedelende, enkel Quechua-sprekende kinderen verder komen we aan in Japata, een mogelijk eindpunt voor vandaag. De kampplek blijkt echter midden tussen een paar huizen te liggen, wat het relatief grote aantal diefstallen op deze plek meteen verklaart. We besluiten nog wat verder te lopen en zetten onze tent uiteindelijk halverwege tussen Japata en Upis, wat verscholen achter een rotsblok. Steven probeert toestemming te vragen bij het enige huis dat in de buurt staat, maar er blijkt niemand thuis. Wachten kunnen we niet want er dreigt onweer. Onze tent staat nog maar net recht als we een bijzonder hevig onweer over ons krijgen. Op goed een uur tijd ligt er een laag hagel en sneeuw van zo’n 8 centimeter. We hebben ons Sibinacocha-lesje wel geleerd:  Hanne had gelukkig net voor het onweer onze watervoorraad nog aangevuld. 

Praktisch:
- Er bestaat nogal wat onenigheid over  wat nu een goede kampplek is in de buurt van Upis en Japata. Sommige gidsen omschrijven de mensen van deze “dorpjes” als gek, anderen wijzen op het aantal diefstallen in de buurt. Ons plekje halverwege Upis en Japata leek ons behoorlijk veilig. Eens voorbij Upis ( in onze looprichting) zijn niet echt goede kampplekjes meer. Eventueel is kamperen voor Japata, hoger in de vallei dus, wel een optie.
- Voor wie zijn eigen lijfgeur niet meer kan verdragen na een paar dagen trekking: in Japata zijn warmwaterbronnen.

Maandag 20 september
We vonden deze trekking al ronduit subliem en vandaag krijgen we er nog een zoveelste kers op de taart bij. Een deel van de hagel van het onweer van gisteren is blijven liggen en zorgt voor een schitterend wit landschap. De eerste twee uur van onze walk-out naar Tinqui genieten we er volop van. We vorderen langzaam en kunnen het ons niet laten om de paar minuten te blijven staan om rond te kijken. Genieten, alweer… We krijgen spontaan zin in wintertrekking. De laatste kilometers naar Tinqui zijn naar plaatselijke normen behoorlijk dicht bebouwd. Je vindt er met andere woorden naar schatting een of twee huizen per vierkante kilometer. Hier staan ook pakken muurtjes die de verschillende stukken landbouwgrond van elkaar scheiden. Dat maakt het nogal moeilijk om de juiste koers richting Tinqui te houden. We vragen de locals regelmatig de weg. Probleem: ze lijken zowat allemaal hun eigen route richting Tinqui te hebben. Een boer die ons duidelijk niet over zijn land wil laten lopen stuurt ons dan ook nog eens een stuk de verkeerde richting uit. Uiteindelijk vinden we dan toch de hoofdweg richting Tinqui, waar we tegen de middag aankomen. Met een appel en wat frisdrank genieten we in het zonnetje na van de afgelopen 9 fantastische dagen. Een bus van Huayna Ausangate zet ons uiteindelijk rond 16 uur terug in Cusco af.

Praktisch:
- Op het eerste deel van de tocht van Upis naar Tinqui zijn er heel wat verschillende routes. Er zit niets anders op dan je eigen weg te zoeken en goed te navigeren met kompas of GPS.
- Vraag eens je tussen de huizen komt zo vaak mogelijk de weg. Alleen zo kom je uiteindelijk op de hoofdweg naar Tinqui terecht.
- Veel bussen uit Cusco rijden maar tot Ocongate, een ministadje op een paar kilometer van Tinqui. Ofwel heb je geluk zoals wij en komt er een bus van Huayna Ausangate voorbij die je voor 10 soles per persoon naar Cusco brengt, ofwel neem je eerst een taxi naar Ocongate waar heel regelmatig bussen naar Cusco vertrekken.

Besluit
Voor wie houdt van afgelegen, spectaculair en onbekend hooggebergte is bovenstaande route door de Cordillera Vilcanota een veel meer voldoening schenkend alternatief dan de normale Ausangate-trekking. Toch zijn een paar waarschuwingen nodig. Dagenlang stap je rond en boven de 5000 meter hoogte, dus acclimatisatie is een must. Goed kunnen navigeren met kaart en GPS en/of kompas is eveneens een noodzaak. Wie niet houdt van stappen op morene en puin zal zichzelf een dag of zes vervloeken. Het weer in dit massief kan bijzonder snel omslaan, net zoals in de Alpen eigenlijk. Maar voor wie geen problemen heeft met een negendaagse, behoorlijk zware hooggebergtetocht, kunnen we deze tocht niet genoeg aanraden!


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.