La Paz IV: Downhill en foto’s Transcordillera

3 november 2010

Zondag 24 en maandag 25 oktober
Een zondagje rust in Bolivië konden we na deze vijftien dagen toch wel gebruiken. Voor de maandag stond ons laatste “avontuur” in Bolivië ons te wachten.

In de jaren ´90 werd de weg van La Cumbre naar Yolosa tot de “World´s most dangerous road” gekroond. Niet onterecht, met een jaarlijkse dodentol die naar gelang de bron tussen de 100 en 300 lag. De weg was toen een zeer belangrijke verbinding tussen de Altiplano en de Yungas, op de meeste plekken slechts 3 meter breed met daarnaast afgronden van enkele honderden meters diep. Uiteraard ontbrak vangrail volledig. Een paar jaar geleden werd een nieuwe, veel veiligere weg aangelegd. Sindsdien duiken bijna enkel nog mountainbikers de afgrond in, gelukkig slechts sporadisch.

Tegenwoordig wordt de weg bijna enkel nog voor downhill-mountainbiken gebruikt. Het leek ons een leuk tussendoortje. Gravity Bolivia werd de gelukkig agency die onze centen kreeg. Ze overtuigden ons in de eerste plaats met hun veilige Kona Stinky´s, prima downhill-fietsen. De keuze bleek niet verkeerd. We amuseren ons prima op de technische eenvoudige tocht, Steven vooraan bij de eerste gids, Hanne wat verderop, met voorsprong de snelste bike-lady. De tocht eindigt in “La Senda Verde”, een dierenreservaat waar we we nog wat mogen rondhangen en eten. Conclusie: een leuke, ontspannende afsluiter van onze tijd in Bolivië.

 

Foto’s Transcordillera

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


La Paz III: Transcordillera deel 2

29 oktober 2010

Het verslag van het eerste deel van deze tocht is te lezen in het bericht “La Paz II: Transcordillera deel 1″.

Zondag 17 oktober
Vandaag lopen we de hele dag op de rand van de Altiplano en de Cordillera Real. Het levert prachtig wisselende zichten op. Enerzijds is er het kale maanlandschap van de Altiplano, anderzijds zien we een paar prachtige bergdalen. Doordat we voortdurend brede gletsjerdalen indalen en uitklimmen, wisselen deze zichten zich in hoog tempo af. Paden zien we vandaag nauwelijks. Onze gids oriënteert zich enkel op steenmannen en vooral op richtingsgevoel. Een paar hagelbuitjes kunnen de pret niet drukken. Wat het weer betreft zijn we immers wel wat gewoon geraakt… Eens we in het kamp, aan het prachtige Sistiña Quta-meer, aankomen, trekt het helemaal open. In het zonnetje genieten we van het gevoel eindelijk nog eens een volwaardige, schitterende trekkingdag gehad te hebben. De topdag die we op deze trekking nog wat ontbraken, is er vandaag helemaal gekomen.

Maandag 18 oktober
Onze gids geeft ons de keuze: de normale, lagere route of de hogere,  moeilijkere route vlak tegen de gletsjers van de Condoriri-groep af. Zoiets moet je ons geen twee keer vragen… Langs het Juri Quta-meer en wat morene klimmen we naar een hoger meer aan de voet van de Condoriri-groep. Dit naamloze meer dat nog niet op de kaart staat, is zoals zovele gevormd in de laatste tientallen jaren door de terugtrekking van de gletsjers. Het wordt ons schitterend decor voor het middagmaal. In de namiddag staat onze eerste top van deze trekking op het menu. Daarvoor moeten we eerst over wat Ie graads rotsterrein klauteren, gelukkig nog droog. Onder een steeds dreigendere hemel gaat het daarna over een steil, maar technisch makkelijk pad richting de top van de Pico Austria (5300 m). Moeder natuur geeft ons nog net de tijd om even van het uitzicht te genieten alvorens een bijzonder hevige sneeuwbui ons duidelijk maakt dat het tijd is om af te dalen. Drie witte mensjes zoeken zich op ongeveer anderhalf uur een weg naar het kamp van de dag: Condoriri Basecamp. Dit gigantische kamp, met maar liefst 12 toiletten, groeit volgens onze gids in juli en augustus regelmatig uit tot een kleine stad. Hier beginnen immers heel wat korte trekkings en klimroutes. Het is echter oktober, dus staan we hier helemaal alleen. ‘s Avonds krijgen we het gezelschap van Hilarión Choque, onze klimgids waarmee we morgen de Pequeño Alpamayo zullen proberen te beklimmen. We krijgen er gratis nog een tweede berggids bij, William, die mee is om de route te verkennen. Het is intussen alweer helemaal uitgeklaard en daar maakt de immer sympathieke Hilarión gebruik van om ons in geuren en kleuren te vertellen over alle toppen rondom ons. Hij beschrijft ook onze route voor de komende dag, die er prachtig uitziet. We zijn één en al adrenaline! De wekker staat om middernacht…

Dinsdag 19 oktober
Wanneer we om half één wat ontbijt proberen binnen te werken, vriest het lichtjes, is het windstil en volledig helder: perfecte klimomstandigheden dus. De bijna volle maan zorgt voor schitterende schaduwen. Een paar vallende sterren zorgen voor een nog grotere wauw-factor. Rond één uur beginnen we er aan. Drie kwartiertjes later staan we aan de gletsjertong onze stijgijzers al vast te maken. Geconcentreerd zoeken we ons met ons vieren een weg tussen de gletsjerspleten. Dat blijken er nogal wat te zijn, maar Hilarión neemt zijn tijd om de beste weg te zoeken en bouwt met ijsschroeven zekeringen waar hij dat nodig acht. De ondergaande maan maakt de oriëntatie er niet makkelijker op, maar onze gids blijft zijn job perfect doen. Wij genieten met volle teugen. Rond vijf uur staan we op onze eerste top van de dag: Pico Tarija (5320 m). Vanaf hier zien we in het allereerste ochtendlicht voor het eerst de Pequeño Alpamayo in zijn volle glorie. Wat is dat een prachtige berg! Hier begint ook het wat moelijkere deel van de route. Vanop de Pico Tarija moet weer een honderdtal meter worden afgedaald over IIe graads rots (met af en toe een IIIe graads stukje). Hilarión heeft vertrouwen in ons kunnen en laat ons de sectie met stijgijzers nemen. Na een twintigtal minuutjes drytoolen staan we weer op het ijs. Wat verder komt de volgende oefening: een ijswand van zowat 70 graden, anderhalve touwlengte lang. Onze gids klimt het stuk voor en zekert ons daarna omhoog. Na nog wat gemengd terrein (IIe graads rots, kortere wat steilere ijssectie en een deeltje op een sneeuwgraat) staan we uiteindelijk om zes uur ‘s morgens op de Pequeño Alpamayo (5410 m). Het uitzicht is misschien wel het meest adembenemende van onze hele Andes-trip tot nu toe.  Diep onder ons hangt een dik wolkendek boven de Yungas, een wolkenzee waar alleen de bergtoppen boven uit steken. De zuidzijde van de Cordillera Real is nog volledig onbewolkt waardoor we tot het Titicaca-meer kunnen kijken. Een halfuur lang vergapen we ons onder een stralende zon aan dit kunstwerk van Moeder Natuur in het geweldigste museum van de wereld. Ook in de afdaling amuseren we ons geweldig op de technisch wat moeilijkere delen. Om tien uur staan we voldaan en nog helemaal opgewonden van de ervaring terug in het Condoriri Basecamp waar Alfredo ons opwacht met verse soep. ‘s Middags nemen we afscheid van Hilarión die terugkeert naar La Paz. Hem zien we over drie dagen terug voor de beklimming van de Huayna Potosí. Rusten is het enige wat ons nog rest vandaag.

Woensdag 20 oktober
Gelukzakken zijn we:  we mogen ontbijten in het zonnetje. Tijdens de klim naar onze eerste pas van de dag kijken we meer achter dan voor ons. Het weer eens andere zicht op de Condoriri-groep en onze route van gisteren is fantastisch. Na de pas krijgen we dan weer het mooie Lago Tuni, op de rand van de Altiplano, voorgeschoteld. Het weer verslechtert vandaag helaas snel: nog voor de middag begint het urenlang zachtjes te sneeuwen. Wij ontsnappen echter aan het ergste want zowel een paar kilometer achter als voor ons worden de bergen razendsnel wit. In de loop van de namiddag passeren we het spookdorp aan de “Socavon Santa Fe”, een verlaten mijn. Tot het einde van de jaren ’70 bood dit dorp onderdak aan meer dan honderd mensen. Toen de mijn werd verlaten werd ook het dorp opgegeven. Onze Alfredo, zelf af en toe mijnwerker, vertelt er in geuren en kleuren over. Ook onze kampplek van vandaag is een verlaten mijndorp, Maria Lloko. Deze vier huisjes zijn wel onderhouden en doen nu dienst als kookplek voor trekkinggroepen. Als laat in de namiddag de hemel weer opentrekt krijgen we alweer een adembenemend zicht voorgeschoteld: de machtige westflank van de Huayna Potosí (6088 m), geflankeerd door de gletsjer van de Cerro Maria Lloko (5522 m), met als extraatje de volledig ondergesneeuwde Condoriri-groep in de verte. Gewoon op een steentje naar deze bergen zitten turen is al een boeiende bezigheid… 

Donderdag 21 oktober
Bij het opstaan is al duidelijk dat we vandaag zwaar weer krijgen. Onder het zich opbouwend wolkendek krijgen we nog een paar mooie uitzichten, vooral op bergwoestijnen, op onze tocht naar het basecamp van Huayna Potosí. Rond tien uur begint het hevig te sneeuwen wat ons in overleg met de gids doet beslissen om er stevig de pas in te houden en weinig te stoppen. Tegen de middag bereiken we de refuge van het basiskamp waar we vannacht zullen slapen. We eten nog een laatste keer met Alfredo en Rogelio en nemen hartelijk afscheid. Voor het eerst in dertien dagen zien we andere toeristen. Vanaf hier zijn we niet meer alleen… Wanneer kort na de middag een groepje mensen arriveert die met de zelfde agency Huayna Potosí zullen beklimmen, hebben we eventjes moeite om te wennen aan het gebrek aan bergmentaliteit van deze “toeristen”. De beklimming van Huayna Potosí is in La Paz immers “big business”. De tocht wordt er afgeschilderd als haalbaar voor zo goed als iedereen… Er blijken in onze groep echter heel wat sympathieke mensen te zitten en de groepssfeer is al gauw dik in orde. Terwijl de anderen ‘s namiddags voor het eerst in hun leven kennismaken met stijgijzers en ijsbijlen, rusten wij wat uit. Net voor het slapengaan wordt de sneeuwstorm buiten bijzonder hevig…

Vrijdag 22 oktober
We worden wakker in een wit sneeuw- en ijslandschap. Het is al een hele kunst om recht te blijven op de vijftig meter van de refuge tot het toilet. We vrezen voor de sneeuwomstandigheden op de top… Gelukkig moeten we vandaag niet ver. Het hoge kamp ofwel de tweede refuge op 5130 m is het doel van de dag. Tijdens de rustige klim wordt al snel duidelijk wie geacclimatiseerd is en wie niet en wie van de groep de fysieke conditie heeft om morgen de top te halen. In het hoge kamp staat Hilarión ons al, enthousiast als hij is, op te wachten. Hij heeft vanmorgen met andere klanten de top gehaald en stelt ons gerust wat betreft de sneeuwomstandigheden. De storm van vorige nacht blijkt vooral onder de top door gepasseerd te zijn. We brengen de rest van de dag door met niksen, eten, drinken en genieten van het landschap. Nog voor zeven uur liggen we in ons bed. De wekker staat weer om middernacht om samen te ontbijten met de anderen, maar we zullen niet met hen vertrekken. Hilarión denkt dat we een stuk sneller zullen zijn dan alle anderen en wil daarom met ons pas drie kwartier à een uur na de anderen vertrekken.

Zaterdag 23 oktober
We laten de heksenketel in de refuge, net voor één uur, rustig aan ons voorbijgaan. Langs alle kanten vliegen toeristen voorbij en gidsen die hen proberen te helpen met het aantrekken van allerlei bergkledij die ze niet gewoon zijn. Eens de stormloop voorbij, beginnen ook wij op ons gemakje aan het werk. Een gids die nog in de refuge is, trekt één van Stevens gamaschen uit zijn handen en staat er op die bij hem aan te doen. Hij gaat ervan uit dat Steven, net als 90 procent van de mensen die hier passeren, nog nooit zo’n ding heeft aangedaan. Hilarión bescheurt het van het lachen en zet de situatie al gauw recht. Drie kwartier na het laatste cordée staan ook wij op het ijs. Onze gids toont nogmaals zijn vertrouwen in ons door ons alles zelf te laten doen. Dat geeft ons een bijzonder fijn gevoel: niet de gids en twee toeristen, maar drie kameraden gaan samen proberen de top te halen. Op zijn Hilarións, heel rustig aan dus, beginnen we aan de klim. Het gaat zo traag dat we ondertussen honderduit kunnen babbelen over de bergen, familie en leven in Bolivië. Zo traag blijkt ons tempo nu ook weer niet want al na een kwartier beginnen we andere, hijgende cordées in te halen. Na een tweetal uurtjes, rond 5700 m, beginnen we ook de cordées van onze groep, die als eersten zijn vertrokken, in te halen. Ze kunnen niet geloven dat wij hen al babbelend op die tijd hebben ingehaald. Het levert ons de bijnaam “The Belgian Express” op. We zijn er wel wat fier op, al beseffen we goed genoeg dat niet geacclimatiseerde “gewone” toeristen nu niet echt een juiste waardemeter zijn. Op de topsectie drukken ook wij wat het tempo waardoor we samen met het eerste cordée de top rond zes uur halen. Een prachtige kers op onze 15-daagse taart. Technisch was deze klim echt wel makkelijk, maar 6088 meter: het is toch niet niets. Het uitzicht vanop de top is alweer fantastisch! Er hangen wel een paar wolkjes, maar de hele Cordillera Real is zichtbaar. Rond kwart over acht staan we alweer in het hoge kamp. Bij een soepje genieten we na met een paar groepsgenoten die ook al terug zijn van de top. Na onze naam traditiegetrouw op de muur van de refuge te hebben gekribbeld, beginnen we aan het laatste uurtje dalen van onze 15-daagse. Rond 13 uur staan we terug in La Paz. Misschien toch eens tijd om te douchen…

Nog een paar puntjes
- Aan de noordkant van de Cordillera Real hangt heel vaak mist. Enkel juli en augustus zouden iets beter zijn. Buiten deze maanden wordt de Transcordillera zelden gelopen. Dat heeft dan weer als gevolg dat het er bijvoorbeeld nu in oktober erg rustig is.
- Op de eerste acht dagen van deze tocht passeerden we gemiddeld om de twee à drie uur stappen een “communidad”, een gemeenschap van een paar gezinnen. Deze mensen leven bijzonder afgelegen, ver weg in de bergen en hebben elk hun eigen gewoontes en tradities. Toeristen zijn niet overal even welkom. Er zijn nogal wat verhalen over overvallen en zelfs moorden. Wij merkten er niets van, maar waren dan ook op pad met een plaatselijke gids die ons overal veilig doorheen (of rond) loodste maar de verhalen ook niet ontkende. Vooral het gebied rond Lago San Francisco (dat wij op deze trek omzeilden) heeft zelfs bij gidsen en arrieros een zeer kwalijke reputatie.
- Huayna Potosí is een technisch eenvoudige (PD, enkel in het laatste deeltje) berg, maar is en blijft 6088 meter hoog. Acclimatisatie en een zeer stevige fysieke conditie zijn dus noodzakelijk. Van de tien mensen van onze groep haalden negen de top (= bijzonder veel), maar wij waren wel de enigen die het redden zonder pillen tegen hoogteziekte… Trek uw conclusies!
- We hadden nooit gedacht dat we het zouden doen, maar het is zo ver. Voor het eerst in ons leven kunnen we een agency dubbel en dik aanbevelen. We gaven “Travel Tracks” (www.travel-tracks.com) een logistiek bijzonder moeilijke opdracht door de combinatie van vijftien dagen trekken en klimmen. Ze deden het perfect! Voor de Transcordillera-trek kunnen we Alfredo Silva zeer aanbevelen als gids en kok. Hij is een eerder stille, maar ervaren man die de streek kent als geen ander. Waarschijnlijk de beste berggids waar we ooit mee werkten, zowel in Zuid-Amerika als in Europa, is Hilarión Choque. Deze bijzonder sympathieke man doet zijn werk zeer rustig en geconcentreerd met veel kennis van zaken.


La Paz II: Transcordillera deel 1

26 oktober 2010

Wat voorafging… valt te lezen in ons vorig blogbericht.

Zaterdag 09 oktober
Een half uur te laat worden we opgepikt door de chauffeur van Travel Tracks die ons samen met onze gids in een drietal uurtjes naar Sorata brengt. Daar aangekomen, worden we een echt Boliviaans restaurantje binnengesleept, waar we het walgelijkste middagmaal van ons leven verorberen. Een kippepoot (nee, geen kippebout maar werkelijk een kippepoot) in de soep ontneemt ons onze laatste eetlust. Om 13 uur is het dan zo ver: we beginnen aan onze Transcordillera. Tussen kleine dorpjes klimmen we langzaamaan de mist en de regen in. We passeren terrassen (akkers) waarvan Alfredo, onze gids, ons vertelt dat ze maar om de vijf jaar worden bewerkt om ze optimaal vruchtbaar te houden. Rond een uur of vijf zetten we onze tent net buiten het dorpje Lakhathiya, waar een jeep onze bagage heeft afgezet. De gezellige babbel bij het avondmaal gaat onder andere over Alfredo’s jeugd. Hij groeide op in een dorpje dat we over een dag of drie zullen passeren, woonde een paar jaar in een ander dorpje in de buurt en heeft familie in zowat de hele Cordillera Real. We voelen ons op slag helemaal veilig.

Zondag 10 oktober
Dichte mist, regen en kou verwelkomen ons op dag 2. Vooral de mist zorgt voor problemen: onze arriero, die vanmorgen is aangekomen, vindt zijn vrij rondlopende muilezels niet. Een uurtje later dan gepland beginnen we uiteindelijk aan de klim naar de Abra Illampu (4749 m). Alfredo vertelt ons hoe dit nu nog nauwelijks gebruikte pad vroeger een belangrijke verbindingsweg was tussen enkele bergdorpjes en Sorata, waar de mensen inkopen gingen doen. Intussen zijn de bergdorpjes in kwestie bereikbaar via een dirtroad waardoor het pad in onbruik is geraakt. Alfredo vindt dit een hele vooruitgang, maar we merken toch enige weemoed als hij herinneringen ophaalt over hoe hij met zijn vrouw en baby vroeger de tweedaagse naar Sorata stapte. Op de pas (=abra) offert Alfredo wat coca-blaadjes en alcohol aan de ”Apu’s” of berggoden, een ritueel dat hij op elke pas zal herhalen. Op die manier proberen de bergbewoners hier goed weer af te smeken. Wie weet helpt het toch een beetje, want ‘s middags stopt het net lang genoeg met regenen om ons middagmaal binnen te werken. In de buurt van Ancoma, het dorp waar onze gids een paar jaar woonde, passeren we de resten van wat ooit eenwaterkrachtcentrale voor het dorp had moeten worden. Geruzie tussen de verschillende gemeenschappen (communidades) in de buurt en de onstabiele Boliviaanse economie maakten voortijdig een einde aan het project. We maken kamp net buiten Ancoma aan de Estancia Utaña Pampa, naast een paar vreemde putten. Die worden gebruikt voor een soort vriesdroogsysteem voor aardappelen, maar dan zonder elektriciteit. Gelukkig weet onze gids over dit soort dingen veel te vertellen, want bergen krijgen we vandaag door de mist nauwelijks te zien. De dag eindigt met een vreemde verrassing: onze arriero keert terug naar zijn dorp. Hij is tot het besef gekomen dat hij geen tijd heeft om nog dagen met ons mee te lopen, maar belooft een andere arriero te sturen. Alfredo verzekert ons dat dit hier niet ongewoon is, zeker niet in deze tijd van het jaar. Half oktober is immers hét moment waarop de aardappelen voor de oogst van december de grond in moeten.

Maandag 11 oktober
Mist is er nog altijd, maar het regent tenminste niet meer. We krijgen zowaar eventjes de Nevado Illampu (6368 m) te zien. Samen met onze nieuwe arriero, Quintin, trekken we richting Cocoyo, dankzij mijnbouw het meest welvarende dorpje in de buurt. Het is in dit dorpje dat onze gids is opgegroeid en hij vertelt ons dan ook in geuren en kleuren over de geschiedenis ervan. Tot onze verbazing nemen we niet het hoofdpad door het dorp, maar een paadje dat er net boven gaat. Even flitsen de waarschuwingen over gevaarlijke dorpjes in de Cordillera Real weer door ons hoofd. Was Cocoyo niet het gevaarlijkste dorpje dat we op deze route voorbij moesten? Wat verder zit een oudere man met een machete, veertig centimeter blinkend staal, ons op te wachten. Het blijkt Alfredo’s vader, die ons vriendelijk begroet. Waarvoor die machete nodig is, komen we niet te weten. Net buiten Cocoyo, in de klim naar de Paso Sarani komen we nog een onafgewerkte waterkrachtcentrale tegen. Zelfde verhaal als in Ancoma… Een uurtje ofwel een twintigtal aardappelplantende gezinnen later houden we het voor vandaag bekeken.

Dinsdag 12 oktober
Hanne viert voor het eerst haar verjaardag in de bergen. Helaas blijft het wisselvallig met veel mist en regelmatig een sneeuwbuitje. Op weg naar Chajolpaya, waar een zus van Alfredo woont, krijgen we toch een paar knappe zichten voorgeschoteld. Onze gids vertelt ons onder andere hoe hij na de dood van zijn moeder niet meer naar school kon, over zijn werk in de mijnen en de coca-teelt. Coca blijft in Bolivië de enige bron van inkomsten voor heel wat gezinnen. De ene al wat meer corrupte president na de andere proberen hier zogezegd wel wat aan te doen. Zo mag elk gezin maximum 1 are coca-planten verbouwen en zijn er hier en daar op belangrijke wegen controleposten voor drugs. Voorlopig haalt het niet veel uit… Als verjaardagscadeau krijgt Hanne gelukkig ook haar drug: een reuzechocoladetaart!

Woensdag 13 oktober
Sneeuw vergezelt ons op onze weg naar de Paso Negruni (ongeveer 4800 m). Bij gebrek aan toppen genieten we dan maar van de viscacha’s en de arenden die we van dichtbij mogen bewonderen. Tegen de middag geschiedt het wonder: het wolkendek breekt open, net op één van de prachtigste plekken van de hele tocht! We genieten van een luxueus middagmaal met (koude) frietjes met rijst, ei, mayonaise en ketchup met zicht op de fantastische, vergletsjerde Grupo Warawarani. Even later is de visuele pret alweer voorbij maar we zijn o zo dankbaar dat we dit hebben mogen zien.Vroeg in de namiddag maken we opnieuw kamp.

Donderdag 14 oktober
Zon! We ontbijten met zicht op de Nevado Chearoko (6104 m). Vandaag is onze kortste dag. Na wat dalen en klimmen zetten we onze tent langs de Rio Waraco. ‘s Avonds komt een vrouw van een dorpje in de buurt aardappelen ruilen tegen wat we haar kunnen bieden. Alfredo verzekert ons dat dit geen probleem is voor onze voedselvoorraad. De mensen die hier wonen leven voor 90% op aardappelen en proberen regelmatig aan wat anders te raken als er een trekkinggroep voorbijkomt. Aangezien er in deze tijd van het jaar normaal geen mens de Transcordillera stapt, zijn de ruilkansen erg beperkt.

Vrijdag 15 oktober
Na een koude, onbewolkte nacht trekt het helaas alweer gauw dicht. We hebben net de tijd om vast te stellen dat de teruggang van de gletsjers in dit gebied dramatischer is dan wat we ooit zagen. Van gletsjers die op onze kaart nog kilometers lang zijn, blijven enkel nog ijsblokjes over die het waarschijnlijk geen vijf jaar meer uithouden. We zijn alweer vroeg in de namiddag in kamp. Enerzijds beginnen we de korte dagen wat vervelend te vinden, anderzijds is het aangenaam om in voortdurend wisselvallig en koud weer niet al te veel uren buiten te moeten lopen.

Zaterdag 16 oktober
Vandaag moeten we, volledig over dirtroad, naar Kotia (Quta Thiya), waar we van arriero zullen wisselen. Om onze huidige arriero, Quintin, de kans te geven al zo ver mogelijk terug te raken voor het donker, vertrekken we wat vroeger dan normaal. We zien wat op tegen het lopen op dirtroad en het (normaalgezien voorlopig voor de laatste keer) vroeg aankomen, maar dat blijkt verkeerd. We steken vandaag immers de bergketen door van het Noord-Oosten naar het Zuid-Westen, wat een spectaculaire weersverandering oplevert. Ten noorden van de Cordillera Real, waar we de vorige dagen liepen, hangt in deze tijd van het jaar vaak een dik wolkendek. De wolken van de Yungas kunnen de bergketen niet over en zorgen voor wisselvallig en mistig weer. Aan de zuidkant is er een heel ander verhaal voor de maand oktober. De nachten zijn vaak helder. ‘s Morgens begint het te betrekken, wat tussen 11 en 17 uur nogal wat kans op sneeuw, regen of onweer oplevert. Daarna trekt het langzaamaan weer open.

De dirtroad mag op zich dan saai zijn, het landschap errond wordt steeds knapper, ruwer en vergletsjerder. Ook het Quta Thiya (een meer) mag er best zijn. Zo wordt vandaag toch nog de moeite waard. We nemen afscheid van Quintin, maken al kennis met onze nieuwe arriero, Rogelio en hebben nog maar eens een relaxe namiddag. Wanneer Alfredo ons ‘s avonds over de komende dagen vertelt en ook het daarvoor noodzakelijke eten aankomt, voelen we de adrenaline weer stilaan door onze aderen stromen. De vorige dagen waren immers wel ok tot knap, maar tot nu toe missen we toch een hoogtepunt op deze trekking.

Wordt vervolgd…


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.