Het verslag van het eerste deel van deze tocht is te lezen in het bericht “La Paz II: Transcordillera deel 1″.
Zondag 17 oktober
Vandaag lopen we de hele dag op de rand van de Altiplano en de Cordillera Real. Het levert prachtig wisselende zichten op. Enerzijds is er het kale maanlandschap van de Altiplano, anderzijds zien we een paar prachtige bergdalen. Doordat we voortdurend brede gletsjerdalen indalen en uitklimmen, wisselen deze zichten zich in hoog tempo af. Paden zien we vandaag nauwelijks. Onze gids oriënteert zich enkel op steenmannen en vooral op richtingsgevoel. Een paar hagelbuitjes kunnen de pret niet drukken. Wat het weer betreft zijn we immers wel wat gewoon geraakt… Eens we in het kamp, aan het prachtige Sistiña Quta-meer, aankomen, trekt het helemaal open. In het zonnetje genieten we van het gevoel eindelijk nog eens een volwaardige, schitterende trekkingdag gehad te hebben. De topdag die we op deze trekking nog wat ontbraken, is er vandaag helemaal gekomen.
Maandag 18 oktober
Onze gids geeft ons de keuze: de normale, lagere route of de hogere, moeilijkere route vlak tegen de gletsjers van de Condoriri-groep af. Zoiets moet je ons geen twee keer vragen… Langs het Juri Quta-meer en wat morene klimmen we naar een hoger meer aan de voet van de Condoriri-groep. Dit naamloze meer dat nog niet op de kaart staat, is zoals zovele gevormd in de laatste tientallen jaren door de terugtrekking van de gletsjers. Het wordt ons schitterend decor voor het middagmaal. In de namiddag staat onze eerste top van deze trekking op het menu. Daarvoor moeten we eerst over wat Ie graads rotsterrein klauteren, gelukkig nog droog. Onder een steeds dreigendere hemel gaat het daarna over een steil, maar technisch makkelijk pad richting de top van de Pico Austria (5300 m). Moeder natuur geeft ons nog net de tijd om even van het uitzicht te genieten alvorens een bijzonder hevige sneeuwbui ons duidelijk maakt dat het tijd is om af te dalen. Drie witte mensjes zoeken zich op ongeveer anderhalf uur een weg naar het kamp van de dag: Condoriri Basecamp. Dit gigantische kamp, met maar liefst 12 toiletten, groeit volgens onze gids in juli en augustus regelmatig uit tot een kleine stad. Hier beginnen immers heel wat korte trekkings en klimroutes. Het is echter oktober, dus staan we hier helemaal alleen. ‘s Avonds krijgen we het gezelschap van Hilarión Choque, onze klimgids waarmee we morgen de Pequeño Alpamayo zullen proberen te beklimmen. We krijgen er gratis nog een tweede berggids bij, William, die mee is om de route te verkennen. Het is intussen alweer helemaal uitgeklaard en daar maakt de immer sympathieke Hilarión gebruik van om ons in geuren en kleuren te vertellen over alle toppen rondom ons. Hij beschrijft ook onze route voor de komende dag, die er prachtig uitziet. We zijn één en al adrenaline! De wekker staat om middernacht…
Dinsdag 19 oktober
Wanneer we om half één wat ontbijt proberen binnen te werken, vriest het lichtjes, is het windstil en volledig helder: perfecte klimomstandigheden dus. De bijna volle maan zorgt voor schitterende schaduwen. Een paar vallende sterren zorgen voor een nog grotere wauw-factor. Rond één uur beginnen we er aan. Drie kwartiertjes later staan we aan de gletsjertong onze stijgijzers al vast te maken. Geconcentreerd zoeken we ons met ons vieren een weg tussen de gletsjerspleten. Dat blijken er nogal wat te zijn, maar Hilarión neemt zijn tijd om de beste weg te zoeken en bouwt met ijsschroeven zekeringen waar hij dat nodig acht. De ondergaande maan maakt de oriëntatie er niet makkelijker op, maar onze gids blijft zijn job perfect doen. Wij genieten met volle teugen. Rond vijf uur staan we op onze eerste top van de dag: Pico Tarija (5320 m). Vanaf hier zien we in het allereerste ochtendlicht voor het eerst de Pequeño Alpamayo in zijn volle glorie. Wat is dat een prachtige berg! Hier begint ook het wat moelijkere deel van de route. Vanop de Pico Tarija moet weer een honderdtal meter worden afgedaald over IIe graads rots (met af en toe een IIIe graads stukje). Hilarión heeft vertrouwen in ons kunnen en laat ons de sectie met stijgijzers nemen. Na een twintigtal minuutjes drytoolen staan we weer op het ijs. Wat verder komt de volgende oefening: een ijswand van zowat 70 graden, anderhalve touwlengte lang. Onze gids klimt het stuk voor en zekert ons daarna omhoog. Na nog wat gemengd terrein (IIe graads rots, kortere wat steilere ijssectie en een deeltje op een sneeuwgraat) staan we uiteindelijk om zes uur ‘s morgens op de Pequeño Alpamayo (5410 m). Het uitzicht is misschien wel het meest adembenemende van onze hele Andes-trip tot nu toe. Diep onder ons hangt een dik wolkendek boven de Yungas, een wolkenzee waar alleen de bergtoppen boven uit steken. De zuidzijde van de Cordillera Real is nog volledig onbewolkt waardoor we tot het Titicaca-meer kunnen kijken. Een halfuur lang vergapen we ons onder een stralende zon aan dit kunstwerk van Moeder Natuur in het geweldigste museum van de wereld. Ook in de afdaling amuseren we ons geweldig op de technisch wat moeilijkere delen. Om tien uur staan we voldaan en nog helemaal opgewonden van de ervaring terug in het Condoriri Basecamp waar Alfredo ons opwacht met verse soep. ‘s Middags nemen we afscheid van Hilarión die terugkeert naar La Paz. Hem zien we over drie dagen terug voor de beklimming van de Huayna Potosí. Rusten is het enige wat ons nog rest vandaag.
Woensdag 20 oktober
Gelukzakken zijn we: we mogen ontbijten in het zonnetje. Tijdens de klim naar onze eerste pas van de dag kijken we meer achter dan voor ons. Het weer eens andere zicht op de Condoriri-groep en onze route van gisteren is fantastisch. Na de pas krijgen we dan weer het mooie Lago Tuni, op de rand van de Altiplano, voorgeschoteld. Het weer verslechtert vandaag helaas snel: nog voor de middag begint het urenlang zachtjes te sneeuwen. Wij ontsnappen echter aan het ergste want zowel een paar kilometer achter als voor ons worden de bergen razendsnel wit. In de loop van de namiddag passeren we het spookdorp aan de “Socavon Santa Fe”, een verlaten mijn. Tot het einde van de jaren ’70 bood dit dorp onderdak aan meer dan honderd mensen. Toen de mijn werd verlaten werd ook het dorp opgegeven. Onze Alfredo, zelf af en toe mijnwerker, vertelt er in geuren en kleuren over. Ook onze kampplek van vandaag is een verlaten mijndorp, Maria Lloko. Deze vier huisjes zijn wel onderhouden en doen nu dienst als kookplek voor trekkinggroepen. Als laat in de namiddag de hemel weer opentrekt krijgen we alweer een adembenemend zicht voorgeschoteld: de machtige westflank van de Huayna Potosí (6088 m), geflankeerd door de gletsjer van de Cerro Maria Lloko (5522 m), met als extraatje de volledig ondergesneeuwde Condoriri-groep in de verte. Gewoon op een steentje naar deze bergen zitten turen is al een boeiende bezigheid…
Donderdag 21 oktober
Bij het opstaan is al duidelijk dat we vandaag zwaar weer krijgen. Onder het zich opbouwend wolkendek krijgen we nog een paar mooie uitzichten, vooral op bergwoestijnen, op onze tocht naar het basecamp van Huayna Potosí. Rond tien uur begint het hevig te sneeuwen wat ons in overleg met de gids doet beslissen om er stevig de pas in te houden en weinig te stoppen. Tegen de middag bereiken we de refuge van het basiskamp waar we vannacht zullen slapen. We eten nog een laatste keer met Alfredo en Rogelio en nemen hartelijk afscheid. Voor het eerst in dertien dagen zien we andere toeristen. Vanaf hier zijn we niet meer alleen… Wanneer kort na de middag een groepje mensen arriveert die met de zelfde agency Huayna Potosí zullen beklimmen, hebben we eventjes moeite om te wennen aan het gebrek aan bergmentaliteit van deze “toeristen”. De beklimming van Huayna Potosí is in La Paz immers “big business”. De tocht wordt er afgeschilderd als haalbaar voor zo goed als iedereen… Er blijken in onze groep echter heel wat sympathieke mensen te zitten en de groepssfeer is al gauw dik in orde. Terwijl de anderen ‘s namiddags voor het eerst in hun leven kennismaken met stijgijzers en ijsbijlen, rusten wij wat uit. Net voor het slapengaan wordt de sneeuwstorm buiten bijzonder hevig…
Vrijdag 22 oktober
We worden wakker in een wit sneeuw- en ijslandschap. Het is al een hele kunst om recht te blijven op de vijftig meter van de refuge tot het toilet. We vrezen voor de sneeuwomstandigheden op de top… Gelukkig moeten we vandaag niet ver. Het hoge kamp ofwel de tweede refuge op 5130 m is het doel van de dag. Tijdens de rustige klim wordt al snel duidelijk wie geacclimatiseerd is en wie niet en wie van de groep de fysieke conditie heeft om morgen de top te halen. In het hoge kamp staat Hilarión ons al, enthousiast als hij is, op te wachten. Hij heeft vanmorgen met andere klanten de top gehaald en stelt ons gerust wat betreft de sneeuwomstandigheden. De storm van vorige nacht blijkt vooral onder de top door gepasseerd te zijn. We brengen de rest van de dag door met niksen, eten, drinken en genieten van het landschap. Nog voor zeven uur liggen we in ons bed. De wekker staat weer om middernacht om samen te ontbijten met de anderen, maar we zullen niet met hen vertrekken. Hilarión denkt dat we een stuk sneller zullen zijn dan alle anderen en wil daarom met ons pas drie kwartier à een uur na de anderen vertrekken.
Zaterdag 23 oktober
We laten de heksenketel in de refuge, net voor één uur, rustig aan ons voorbijgaan. Langs alle kanten vliegen toeristen voorbij en gidsen die hen proberen te helpen met het aantrekken van allerlei bergkledij die ze niet gewoon zijn. Eens de stormloop voorbij, beginnen ook wij op ons gemakje aan het werk. Een gids die nog in de refuge is, trekt één van Stevens gamaschen uit zijn handen en staat er op die bij hem aan te doen. Hij gaat ervan uit dat Steven, net als 90 procent van de mensen die hier passeren, nog nooit zo’n ding heeft aangedaan. Hilarión bescheurt het van het lachen en zet de situatie al gauw recht. Drie kwartier na het laatste cordée staan ook wij op het ijs. Onze gids toont nogmaals zijn vertrouwen in ons door ons alles zelf te laten doen. Dat geeft ons een bijzonder fijn gevoel: niet de gids en twee toeristen, maar drie kameraden gaan samen proberen de top te halen. Op zijn Hilarións, heel rustig aan dus, beginnen we aan de klim. Het gaat zo traag dat we ondertussen honderduit kunnen babbelen over de bergen, familie en leven in Bolivië. Zo traag blijkt ons tempo nu ook weer niet want al na een kwartier beginnen we andere, hijgende cordées in te halen. Na een tweetal uurtjes, rond 5700 m, beginnen we ook de cordées van onze groep, die als eersten zijn vertrokken, in te halen. Ze kunnen niet geloven dat wij hen al babbelend op die tijd hebben ingehaald. Het levert ons de bijnaam “The Belgian Express” op. We zijn er wel wat fier op, al beseffen we goed genoeg dat niet geacclimatiseerde “gewone” toeristen nu niet echt een juiste waardemeter zijn. Op de topsectie drukken ook wij wat het tempo waardoor we samen met het eerste cordée de top rond zes uur halen. Een prachtige kers op onze 15-daagse taart. Technisch was deze klim echt wel makkelijk, maar 6088 meter: het is toch niet niets. Het uitzicht vanop de top is alweer fantastisch! Er hangen wel een paar wolkjes, maar de hele Cordillera Real is zichtbaar. Rond kwart over acht staan we alweer in het hoge kamp. Bij een soepje genieten we na met een paar groepsgenoten die ook al terug zijn van de top. Na onze naam traditiegetrouw op de muur van de refuge te hebben gekribbeld, beginnen we aan het laatste uurtje dalen van onze 15-daagse. Rond 13 uur staan we terug in La Paz. Misschien toch eens tijd om te douchen…
Nog een paar puntjes
- Aan de noordkant van de Cordillera Real hangt heel vaak mist. Enkel juli en augustus zouden iets beter zijn. Buiten deze maanden wordt de Transcordillera zelden gelopen. Dat heeft dan weer als gevolg dat het er bijvoorbeeld nu in oktober erg rustig is.
- Op de eerste acht dagen van deze tocht passeerden we gemiddeld om de twee à drie uur stappen een “communidad”, een gemeenschap van een paar gezinnen. Deze mensen leven bijzonder afgelegen, ver weg in de bergen en hebben elk hun eigen gewoontes en tradities. Toeristen zijn niet overal even welkom. Er zijn nogal wat verhalen over overvallen en zelfs moorden. Wij merkten er niets van, maar waren dan ook op pad met een plaatselijke gids die ons overal veilig doorheen (of rond) loodste maar de verhalen ook niet ontkende. Vooral het gebied rond Lago San Francisco (dat wij op deze trek omzeilden) heeft zelfs bij gidsen en arrieros een zeer kwalijke reputatie.
- Huayna Potosí is een technisch eenvoudige (PD, enkel in het laatste deeltje) berg, maar is en blijft 6088 meter hoog. Acclimatisatie en een zeer stevige fysieke conditie zijn dus noodzakelijk. Van de tien mensen van onze groep haalden negen de top (= bijzonder veel), maar wij waren wel de enigen die het redden zonder pillen tegen hoogteziekte… Trek uw conclusies!
- We hadden nooit gedacht dat we het zouden doen, maar het is zo ver. Voor het eerst in ons leven kunnen we een agency dubbel en dik aanbevelen. We gaven “Travel Tracks” (www.travel-tracks.com) een logistiek bijzonder moeilijke opdracht door de combinatie van vijftien dagen trekken en klimmen. Ze deden het perfect! Voor de Transcordillera-trek kunnen we Alfredo Silva zeer aanbevelen als gids en kok. Hij is een eerder stille, maar ervaren man die de streek kent als geen ander. Waarschijnlijk de beste berggids waar we ooit mee werkten, zowel in Zuid-Amerika als in Europa, is Hilarión Choque. Deze bijzonder sympathieke man doet zijn werk zeer rustig en geconcentreerd met veel kennis van zaken.