Circuito Lago Kami

20 februari 2011

Kers nummer 231 op onze Zuid-Amerikaanse taart, een prachtig slot van onze eerste trip door de Andes.

Even voorstellen
In de Lonely Planet “Trekking in the Patagonian Andes” staat een tochtbeschrijving van het Circuito Sierra Valdivieso. Die lus ligt slechts op zowat 15 kilometer van Ushuaia, maar is bijzonder ruig en weinig belopen. Paden of markeringen zijn er op een klein stukje na niet en weinig mensen wagen zich aan deze als moeilijk gequoteerde tocht. Voor wie het nog wat meer mag zijn, bestaat de mogelijkheid om deze tocht uit te breiden met een extra (nog heelwat moeilijkere) lus tot het Lago Kami. Dat leek ons wel wat…

Dinsdag 15 februari
Een taxi zet ons af aan het moeilijk te herkennen startpunt op de Ruta Nacional 3 (tip: het GPS-startpunt uit LP is handig!). Het eerste stukje van de tocht gaat over een erg modderig, oud 4×4-wegje. Het lijkt een paar keer te verdwijnen bij het doorkruisen van mallins, maar mede door de aanwijzingen in de LP, pikken we het steeds makkelijk terug op. Na ongeveer een uur en drie kwartier staan we aan de Refugio Bonete, een onbemand houten hutje, prima in geval van nood.

Hier begint het echte werk. Vanaf hier zijn er geen paden meer en tot de laatste dag zal dat zo blijven. Sporadisch kan een spoor gevolgd worden, vaker getrokken door dieren dan mensen. We lopen de Bonete-vallei verder in en zoeken ons een weg door bossen en over erg nat veen. Een vos houdt ons een tijdje gezelschap. De landschappen zijn erg knap, maar vooral het gevoel in de “wilde” natuur te zijn, maakt het wandelen fijn.

Aan de voet van de Paso Beban Este twijfelen we even: de tochtbeschrijving kan hier op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. We klimmen uiteindelijk toch door de juiste geul naar de juiste pas (S 54°39’44.33” W 068°13’07.9”), van waar we een prachtig zicht hebben op de vallei waaruit we komen. Een traverse over puin brengt ons bij de Paso Beban Oeste. Het zicht mag er alweer zijn, dit keer vooral op de vallei tussen de 2 passen. We dalen de Rio Torito vallei in, aanvankelijk over puin dat gaandeweg plaats maakt voor nat bos. Na een uurtje in de gietende regen beslissen we een stukje voor de Salto del Azul te kamperen. (Noot: een betere kampplek ligt een stukje verder, net voor de Salto, op S 54°38’21.6” W 068°16’35.7”)

Woensdag 16 februari
Sporen en eenvoudig bergterrein brengen ons tot het punt waar de Lonely Planet-route richting Paso Mariposa draait. Van de kilometers die ons scheiden van Lago Kami (ook Fagnano genoemd) hebben we nagenoeg geen informatie. Slechts een handjevol mensen per jaar proberen deze route… Volgens sommige bronnen zou er ooit een pad zijn geweest, waarvan nog delen te vinden zijn. Wij vinden ze in alle geval niet.

Waar de Rio Torito een scherpe bocht naar rechts maakt tegen een rotswand, klimmen we door een steile geul wat hoger naar een plateau aan de linkerkant (W). Het is even zwaar bushwacken om door de dichte struiken en bomen te raken. Eens we op het plateau zijn, schieten we een tijdje goed op. We genieten van de prachtige uitzichten op het Lago Kami in de verte. Het volgende probleem stelt zich aan de rand van het plateau: hoe raken we weer beneden?We bestuderen enkele opties en besluiten uiteindelijk een poging te wagen dicht tegen de plek waar de rivier zich als een waterval naar beneden stort. Er komt IIe graads rotsklauteren aan te pas om beneden te raken. Na een stukje over grassige vlaktes en door relatief eenvoudig bos, staan we weer voor een steile wand. Aan de overkant van de rivier ziet het terrein er een stuk doenbaarder uit. We lopen een stukje terug en doorwaden de Rio Torito. Door het open bos maken we goede vooruitgang. Eens we in het grote vlakke einddeel van de vallei zijn, beslissen we onmiddellijk westwaarts te trekken naar de Bahia de los Renos. Door niet eerst naar Bahia Torito te lopen, hopen we een pak tijd te winnen.

We doorwaden opnieuw de Rio Torito en zoeken ons, geholpen door de GPS en de kaart, een weg naar de baai. Onverwachte richels, dicht struikgewas en land dat door bevers onder water is gezet, zorgen voor een laag tempo. Geduld en goed oriëntatiewerk brengen ons uiteindelijk toch sneller dan verwacht aan de Bahia de los Renos. We nemen uitgebreid de tijd om te genieten van deze afgelegen, ongerepte baai.

Om wat tijd te winnen voor de zware etappe van morgen, trekken we later nog een uurtje de vallei achter de baai in. Van dit stuk van onze tocht hebben we een heel oude beschrijving van Clem Lindenmayer (uit 1992) kunnen bemachtigen. Zijn beschrijving en ons “berggevoel” spreken elkaar echter tegen. Ons “berggevoel” kiest een hogere route, aan de oostkant van de vallei, om aan het eerste meer in de vallei te komen. Het is alweer zwaar bushwacken, maar doenbaar en relatief kort. Aan het meer vinden we een goed beschut kampplekje. In het zonnetje hebben we een prachtige avond. Het zicht is super, het einde-van-de-wereldgevoel totaal.

Donderdag 17 februari
Na een opwarmstukje rond de oostoever van het meer begint het echte werk: urenlang zoeken we ons een weg door dicht bos, met regelmatig een regenbui erbovenop. Aanvankelijk doen we dat dicht bij de rivier, waar ook af en toe een dierenspoor gevolgd kan worden. Later, waar de rivier zich een paar keer van steile rotsen stort, vinden we wat oostelijker doorgangen. Het tweede meer in de vallei halen voelt wat als een overwinning: we zijn goed bezig! Een prachtige waterval maakt het knappe uitzicht compleet.

We bestuderen de flank achter het meer en besluiten een route linksom te proberen (oostwaarts kan je door het bos het grootste deel van het hoogteverschil overwinnen). De wand ziet er enigszins ingewikkeld uit maar valt uiteindelijk goed mee. We raken relatief makkelijk aan het derde meer. Boven Laguna Mariposa (het vierde meer) raken is wat ingewikkelder door allerlei graten en zijvalleitjes. We onderbreken regelmatig het zoekwerk om te genieten van de schitterende zichten op de vallei en het Lago Kami, intussen ver achter ons.

Aan een met gras begroeide geul pikken we terug de LP-route op, die naar de Paso Cinco Lagunas (of Paso Valdivieso) leidt. Een paar cairns en hier en daar een spoor maken de oriëntatie terug een stuk makkelijker. Van de gletsjer boven de pas blijft intussen helaas niet veel meer over. Na het oversteken van de pas dalen we naar Laguna Valdivieso, waar we een bever zien. De afdaling gaat verder over eenvoudig rots- en modderterrein aan de rechterkant (W) van de beek. Eens onder de boomgrens leidt een duidelijk, modderig spoor naar de Carbajal-vallei. We maken kamp aan de Rio Olivia.

Na 21 uur, in het halfduister, bevestigen 3 Israëli’s dat zelfs de “gewone” LP-route niet van de poes is: ze komen meer dood dan levend het kamp binnengestrompeld na een dagje op de dool. Ze zetten hun tent wat verder aan de overkant van de rivier, net buiten ons zicht.

Vrijdag 18 februari
De dag begint met een zeer onaangename verrassing: het kampvuur van de Israëli’s brandt nog in alle hevigheid, terwijl zij zelf al meer dan een uur geleden vertrokken zijn. Gloeiend hete kooltjes liggen verspreid rond het vuur, weggeblazen door de krachtige wind, midden tussen massa’s  droog hout. We blijven erbij: het gevaarlijkste dier dat we op 8 maanden Zuid-Amerika ontmoet hebben, is de mens. We steken de rivier maar over en hebben meer dan een kwartier en liters water nodig om het vuur helemaal gedoofd te krijgen.

Nu we toch op rechteroever van de Rio Olivia staan, proberen we aan deze kant verder te raken, in tegenstelling tot wat in de LP wordt aangeraden. We snappen waarom… Na 3 uur door zwaar terrein, met veel “verdoemes” en “miljaars”, steken we toch maar weer over naar de linkeroever. Hier is het een stuk makkelijker lopen dankzij sporen die rond de grootste obstakels leiden. De laatste kilometers voor Laguna Arco Iris zijn weer wat gecompliceerder. Door recent beverwerk staan alle sporen (diep) onder water en moeten er oplossingen worden gezocht. Alleen geduld en volharding kunnen ons redden… :-)

Tussen alle beververwensingen en stortbuien door, genieten we van de zonnige momenten en de knappe uitzichten op de vallei. Op een brede, oude, beboste morenerug naast Laguna Arco Iris maken we het laatste kamp van deze reis.

Zaterdag 19 februari
Een half uurtje over veen en door struiken brengen ons bij de laatste moeilijkheid van de tocht: de finale doorwading van de Rio Olivia. We hebben geluk: de rivier staat niet boven zijn normale peil en de doorwading is, mits een goede keuze van de waadplek, eenvoudig. Aan de overkant vinden we een goed, soms modderig pad dat later overgaat in een oude dirtroad. Een tweetal uurtjes uitbollen na de doorwading, staan we op de Ruta 3, het eindpunt van de tocht. Een half uurtje liften levert ons een gratis ritje terug naar Ushuaia op.

Waarschuwing
“Het staat op het internet, dus het zal wel gaan.” Het geldt niet voor deze tocht. Er staat al een vette waarschuwing in de Lonely Planet voor het gewone Circuito Valdivieso en daar moet voor onze routevariant nog een vette bovenop. Het stuk Salto del Azul – Lago Kami – Paso Valdivieso is zeer ruig berg- en bosterrein waar je als beginner niet makkelijk uitraakt. Voor de gevorderde trekker, zelfzeker, vastbesloten en een crack in oriëntatie is deze tocht om van te smullen: have fun! Wij beschikken over de volledige GPS-route, die we niet zomaar op het internet gooien, maar wel willen doormailen op aanvraag. Maar hey, hier lopen met een GPS-route betekent maar de helft van de fun (en het afzien) :-)

Nog een finaal tipje
In de Lonely Planet wordt de route beschreven met een zeer korte eerste dag. Het is zinloos om op dag 1 slechts tot de Refugio Bonete te lopen. Vertrek wat op tijd en loop meteen tot de Salto del Azul (of daar in de buurt). Daarentegen is de laatste dag misschien wel het splitsen waard. Vroeger schreef Clem Lindenmayer bij deze tocht 7 tot 10 uur als staptijd. In de laatste versie van de LP is dat teruggebracht tot 5 en half tot 7 uur. Reken toch maar minstens op 7 uur en eventueel meer. Alleen al door recent beverwerk kan je heelwat tijd verliezen. In het bos net voor Laguna Arco Iris en meteen na de doorwading van de Rio Olivia zijn goede kampplekken te vinden.

Foto’s

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


El Calafate

21 januari 2011

Een dag na onze aankomst in El Chalten reizen we verder naar El Calafate. Dit hypertoeristische stadje is vooral bekend voor de Glaciar Perito Moreno, een erg grote gletsjertong die van de zuidelijke Patagonische ijskap in het Lago Argentino stroomt. Het zou één van de drie Patagonische gletsjers zijn die momenteel niet terugtrekt.

Op donderdag 20 januari laten ook wij ons met hordes andere toeristen naar de gletsjer brengen. Aan de toegangspoort tot het Parque Nacional Los Glaciares betalen we maar liefst ARS 100 (zo’n 20 euro), toegangsgeld. Gelukkig is de gletsjer zelf zijn geld meer dan waard. Het is schitterend eens een gletsjer te zien die niet honderd(en) meters onder zijn zijmorenes ligt (alhoewel er toch wel sporen zijn van terugtrekking). De op sommige plekken nog 75 meter hoge ijsmuur aan het einde van de gletsjer is indrukwekkend. We winnen ook de hoofdprijs van de dag: we staan exact op de goede plek op het moment dat een gigantisch stuk ijs het water induikt.

Vandaag vrijdag rusten we een dagje uit. Het heeft er een tijdje naar uitgezien dat we niet, zoals gepland, naar de Torres del Paine in Chili zouden kunnen. Wegblokkades om politieke redenen maakten alle toerisme daar onmogelijk. Gelukkig is eergisteren een akkoord bereikt en lijkt de toestand zich te normaliseren. Morgen reizen we door naar Puerto Natales, het Chileense stadje van waar we het Circuito Perfecto in de Torres zullen aanpakken. We laten intussen rustig de stormwind die momenteel het park geselt, voorbijgaan. Waarschijnlijk zitten we vanaf maandag weer voor een dag of 10 in de bergen voor wat een absolute klassieker onder de trektochten is.


Rond Monte Fitz Roy

21 januari 2011

Woensdag 12 januari
Het weerbericht voor de komende dagen maakt het ons makkelijk. Erg krachtige wind, regen en op de zuidelijke Patagonische ijskap ook sneeuw doen ons beslissen af te zien van ons oorspronkelijk plan. Dat bestond erin van El Chalten naar de Paso Marconi te trekken en daar de ijskap op te gaan om er pas 2 dagen later via de Paso del Viento af te komen. Daaraan begin je niet met een slechte weersvoorspelling. We bereiden ons mentaal voor op een eenvoudig tochtje op de platgelopen paden rond Chalten.

Een guardaparque probeert ons ‘s namiddags op andere ideeën te brengen. Hij vindt het weerbericht wel goed genoeg voor een poging om op de ijskap te raken. We geloven onze oren niet: wij die dachten misschien geen toelating te krijgen voor onze plannen (en ze al uit ons hoofd hadden gezet), worden nu aangespoord het te proberen door een guardaparque.

Enigszins in de war bereiden we ons ‘s avonds in allerijl dan toch maar voor op stevig werk.

Donderdag 13 januari
Een nachtje slapen heeft orde gebracht in ons hoofd: we proberen op het ijs te raken, maar geven onszelf niet al te veel kans gezien het weer. Wordt het onderweg te slecht, dan keren we gewoon en lopen we makkelijkere paadjes.

De bus zet ons af aan de Rio Electrico. Anderhalf uur makkelijk wandelen later passeren we de Refugio Piedra del Fraile (op sommige kaarten Los Troncos genoemd). We verlaten het bos en komen terecht in open en zeer winderig terrein. Steenmannen wijzen de weg. Tot onze verbazing lopen we moederziel alleen in deze vallei. Aan het Lago Electrico doorwaden we een zijrivier en moeten we over wat moeilijker blokkenterrein verder langs de oever. Regelmatig krijgen we een regenbui op ons dak. Af en toe trekt de bewolking iets open, maar minder hard waaien doet het nooit. We passeren Campamento Playita, de laatste goede kampplek voor de gletsjer en stijgen verder over puin en rotsplaten tot het Lago Marconi. We bestuderen de Glaciar Marconi, die deels tot in het meer komt, en beslissen te proberen over het midden van de gletsjertong het ijs op te gaan. Om daar te raken moeten we wel eerst de ijskoude gletsjerbeek doorwaden. Het lukt en we raken vrij probleemloos op het weinig gespleten en grotendeels schone ijs. Tussen de wolkenvelden door zien we stukken van wat bij mooi weer een adembenemend zicht moet zijn.

Hoog op de Marconi-gletsjer, voor het finale stuk naar de Marconi-pas en dus de toegang tot de ijskap, worden we overvallen door een plotse, erg krachtige sneeuw- en regenstorm. De gevoelstemperatuur duikt steil omlaag. Door het slechte zicht maken we bovendien een oriëntatiefout: we miskijken ons op de flanken voor ons en denken dat we een veel moeilijkere flank opmoeten dan eigenlijk het geval is. Het is een moeilijke beslissing, maar eigenlijk is er maar één verstandige: terugkeren en een veilige kampplek zoeken, zelfs al is die nog een paar uur ver.

Een stuk lager op de gletsjer gaat de storm even plots liggen als hij gekomen is. De wolken verdwijnen grotendeels en het wordt zelfs nagenoeg windstil. Tijd voor een ronduit domme beslissing. We interpreteren de plotse weersverandering als het begin van het “goed weer-venster” dat was voorspeld. We redeneren dat als we op de gletsjer kamperen, we morgen al een stuk dichter bij de Marconi-pas zijn voor een tweede poging. Onze tent staat weliswaar nagenoeg onbeschut, maar dat zal gezien de weersevolutie wel geen probleem zijn. Met zware rotsblokken (meegevoerd door de gletsjer), wat ijsboren en ander klimmateriaal zetten we de tent muurvast op het ijs.

Om 22 uur, net op het moment dat het helemaal donker wordt, slaat het weer opnieuw helemaal om. Wind, regen en sneeuw geselen de tent. We moeten roepen om mekaar te verstaan. Nagenoeg de hele nacht blijft het weer inbeuken op onze tent en onze geest. Wat heeft ons in godsnaam bezielt hier onbeschut te kamperen, iets dat we normaal gezien nooit doen? Onze Hilleberg toont zich gelukkig alweer een ongelooflijk sterke tent.

Vrijdag 14 januari
Het is 5 uur. Over een uurtje komt het eerste licht dat ons verlost uit deze oneindige nacht. Het weer is nog steeds slecht, maar we weten dat we op een uurtje van de gletsjer kunnen zijn, dichter bij een veilig kamp. We besluiten niet te wachten en zo snel mogelijk te vertrekken. Van een tweede poging richting Marconi-pas is geen sprake.

Pas rond een uur of 10, als we al terug een weg zoeken langs het Lago Electrico, stopt het met regenen. De wind blijft stormsnelheden halen. Rond de middag vinden we een veilig, bijzonder goed beschut en rustig kampplekje in de buurt van de Refugio Piedra del Fraile. ‘s Namiddags halen we om beurt een paar uur slaap in.

Zaterdag 15 januari
De lage bewolking en de wind kelderen onze laatste hoop om op de ijskap te raken. We beslissen het niet meer te proberen en ons wat te gaan amuseren om de gewone, makkelijke wandelpaadjes rond El Chalten. Door bos en langs de oever van de Rio Blanco wandelen tot het zijriviertje dat van Laguna Piedras Blancas komt. De laatste 100 meter tot het meertje leveren wat makkelijk klauterwerk op. Het klimmetje tot meer is absoluut de moeite waard. De prachtige ijsval van de Glaciar Piedras Blancas komt tot in het water. Na de middag trekken we een klein uurtje verder naar het Campamento Poincenot, genoemd naar een Franse alpinist die na een reeks succesvolle beklimmingen in de buurt verdronk in de Rio Fitz Roy.

Wat 20 jaar geleden nog een eenzaam basiskamp hoog in de bergen was, is nu een ordinaire camping geworden met vandaag een stuk of 30 tenten… Moest Poincenot in een graf liggen, hij zou zich waarschijnlijk omkeren bij wat we hier te zien krijgen. Een greepje uit het aanbod: Een vrouw werkt minutenlang haar make-up bij, spiegeltje en alle accessoires inclusief. Een groep van een stuk of 20 jongeren (van een bepaalde nationaliteit…) bouwt een feestje rond de meegebrachte radio. Anderen sukkelen zich te pletter terwijl ze, zo lijkt het, voor het eerst in hun leven een tent proberen recht te zetten.

Er zijn in zo een geval 2 mogelijkheden: ofwel erger je je er dood aan ofwel probeer je er zo goed mogelijk mee te lachen. We proberen het laatste. We doen ook nog een tripje naar het Laguna de los tres, hét uitzichtspunt op de Fitz Roy. De wolken zorgen er jammer genoeg voor dat we enkel het onderste deel van de berg te zien krijgen.

Een groot deel van de nacht regent het hard. Wij slapen heel goed, wat niet gezegd kan worden van vele anderen in niet waterdichte tenten…

Zondag 16 januari
Het lijkt uit te klaren en dus besluiten we nog een keer naar het Laguna de los tres te wandelen. Twee uur lang blijven we er zitten. We krijgen veel meer berg te zien dan gisteren, maar helemaal helder wordt het zicht niet. Desondanks is het inderdaad een schitterend decor en begrijpen we maar al te goed de toeristische aantrekkingskracht.

‘s Namiddags klaart het beetje bij beetje dan toch helemaal uit. We besluiten gewoon in het kamp te blijven en vergapen ons tot ‘s avonds laat aan de mythische Fitz Roy en de scherpe pieken errond.

Maandag 17 januari
Het goede weer was van korte duur. Langs de meren Madre en Hija trekken we naar het Campamento de Agostini onder de Cerro Torre. Die krijgen we echter door het lage wolkendek niet te zien. Het zicht op het Laguna Torre en de Glaciar Grande die er in uitmondt, is de troostprijs. Het gaat weer regenen en we besluiten niet te kamperen in Agostini. Halverwege de namiddag staan we terug in El Chalten.

Foto’s

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.