Vogezen mei 2009

24 juni 2009

Het verlengde weekend van Hemelvaart kwam er alweer aan… En tjah een verlengd weekend staat bij ons gelijk aan het huis uitvliegen op zoek naar avontuur. Deze keer gingen we ons avontuur opzoeken in de Vogezen. We hadden eerst een bivaktocht gepland, maar aangezien we beiden wat nood hadden aan rust kozen we ervoor om een heel weekend lang te logeren op een ‘Camping à la ferme: chez André et Nathalie’ in Pairis (een deelgemeente van Orbey).

Woensdag 20 mei

We sprongen in Brussel de auto in die al gepakt stond van de avond ervoor. En op ons gemak op weg naar de Vogezen. Na 6 files (dit bijna enkel op de E411), een auto die bijna overkop ging (niet de onze!), veel te warm hebben in de auto kwamen we na op het einde wat zoeken veilig aan op de camping. We werden vriendelijk onthaald door André, zijn katten en zijn koeien en mochten onze zelf een plaatsje uitzoeken om ons te settelen. Na het installeren van de tent, onze woon- en slaapgedeeltes kookten we nog en kropen voldaan in ons bed.

Donderdag 21 mei

Om 10u ’s morgens werden we gewekt door de zon die op ons tent scheen. Het leek alweer een warme dag te worden, maar de wolken kwamen toch al opzetten. Na op het gemak een bakker te zoeken en te beslissen wat we vandaag zouden doen, was het ongeveer al 12u tegen dat we op de Col de Calvaire (station Lac Blanc) stonden om te gaan mountainbiken. We deden de cross-route “7. Tête des Faux”. Een toer van 14,6 km met 445m cumul van het stijgen. We reden langs de ‘Etang du Devin’ met de bijbehorende gîte d’étappe, waar we deze winter gelogeerd hadden tijdens onze sneeuwschoentrekking. Onze route liep over een groot deel over de paden die we deze winter volgend, ‘t was heel tof om alles daar nu in de lente/zomer te zien. We reden verder lang het ‘Cimetière Duchêne’ en de ‘Col des Immerlins’. Net voor we terug aan de auto waren heeft het nog een goede bui gedaan.
Aan de auto aangekomen verorberden we ons middagmaal. Het weer klaarde terug uit en we besloten om een descente te doen onder de lift van Lac Blanc. Boven aangekomen stonden daar allemaal downhillmannen klaar met hun chique fietsen, de schrik sloeg Hanne toch wel een beetje om het hart. We besloten om toch de groene piste te doen. Onderweg na een valpartij heeft Hanne de schrik op sommige delen moeten overwinnen om op de fiets te blijven staan/zitten. Op een bepaald punt kwam er echter een vrij moeilijke bochtencombinatie en werd het wat teveel, dit was zeker geen groene piste meer… We reden dan maar een stuk over de skipiste naar beneden. Het laatste deel was dan echter wel een echte groene downhillpiste en dit lukte met gemak. Beneden aan de lift stond een massa volk aan te schuiven om terug naar boven gebracht te worden. Ondertussen deed het daar nog een goede bui waardoor de plastiek die over de lift gespannen was kletsnat was. Terug boven aangekomen keerden we terug richting camping.
Luidkeels meezingend met “Le loup, le renard et la belette” van Laïs kwamen we terug op de camping aan. Daar zagen we dat een koe was losgebroken uit de wei net achter onze tent en nieuwsgierig aan onze tent stond te snuffelen. Toen we ze terug in de wei probeerden te leiden, was het beest zodanig geschrokken dat het bijna een meter naar beneden sprong tussen de caravan en de auto van de mensen die op het terras onder ons kampeerden. Gelukkig kon André als hij terug thuiswas de beesten terug bij de kudde brengen. Bij ons avondeten maakten we plannen voor de volgende dagen. Die avond en de nacht die erop volgde is er een keer of 6 een onweersbui voorbijgetrokken. Gelukkig stond onze tent stevig vast…

Vrijdag 22 mei 

Het was vrij mooit weer toen we opstonden, maar eveneens begon het al snel te bewolken. De optie om een scramble te doen vandaag verkleinde en we kozen er dan maar voor om er een stevige stapdag van te maken. Om herinneringen op het halen stratten we vanop de ‘Col de la Schlucht’ waar we via de ‘Sentier des Roches’ naar het Frankental liepen. ’s  Middags aten we aan de hut waar we op onze sneeuwschoentrekking een warme chocomelk klaarmaakten. Deze keer waren we daar echter niet alleen… Minimum 25 andere mensen vergezelden ons tijdens ons middageten. Daaraan merkten we dat in de winter trekken toch ook zo zijn charmes heeft! Na een half middageten klommen we de ‘Couloir de Falimont’ uit. We liepen verder langs de Hohneck waar we ons tweede deel van ons middagmaal verorberden. Dan liepen we verder naar het ’Schaeferthal’. Het gebouw die daar stond deed ons dromen over een buitenverblijf waar collega’s op bos- of natuurklassen zouden kunnen komen…  We daalden verder af via de ‘Couloir Dagobert’ waarin we de ‘Grotte Dagobert’ bezochten, die wel de moeite waard is. Terug beneden aangekomen in het Frankental kozen we ditmaal de weg via ‘Stolz-Ablass’ (gele bolletje). De bedoeling was om via het gele kruisje en de rood-wit-rode rechthoek terug te keren. We namen de ‘Sentier des Mulets’, die achteraf gebleken niet op de kaart stond en waren dus iets sneller op het punt met de rood-wit-rood markering. Van daar klommen we terug omhoog naar de Col de la Schucht.
Na een vriesdroogmaaltijd was ons buikje meer dan gevuld en maakten we volop plannen om de volgende dag een scramble van de Spitzköpfe te doen. De Spitzköpfe is een rotsmassief waar klimmers zich over de rotsblokken een weg banen. Wij hadden echter reeds gelezen dat het ook mogelijk is om als wandelaar je hierrond een weg te banen, maar dat je best wel touw meeneemt omdat het heel erg steil is, er geen pad staat aangegeven en de ondergrond nogal glad durft te zijn.

Zaterdag 23 mei

’s Morgens om 9u werden we uit onze tent gerookt. De zon op onze tent deed het algauw 32° worden. Na een stevig ontbijt reden we richting Hohneck. Gewapend met klimgordels, 50m-touw, karabiners en slinges klommen we tot aan de bovenzijde van de Wormspel en volgden we de ‘Sentier des Nevées’ in de richting van Kastelbergwasen. Bovenaan de Spitzköpfe aangekomen verlieten we dit pad om af te dalen tot aan de eerste rotsblok van de Spitzköpfe. Over de eerste kop kan nog gemakkelijk geklauterd worden. Bij de tweede deden we ook een poging, maar dit was ons te link zonder echt klimmateriaal. We daalden terug af tussen de 2 koppen in en besloten om recht rond de eerste koppen te lopen. Er liep een half pad naar beneden waarvan het begin gewoon kon afgewandeld worden. Om de rest veilig naar beneden te raken hadden we reeds onze gordels aangetrokken. Eenmaal we de eerste boom bereikten, bleek onze cursus touwgebruik en veiligheid bij het bergwandelen zeer nuttig kan zijn in zo’n situaties. We maakten een vast punt en abseilden naar beneden. Dit deden we enkele touwlengtes (3 van een kleine 25m denk ik) tot we rechts van ons een rotslawine hadden. Daar klommen we een klein ‘muurtje’ over en daalden we terug een touwlengte af. Hierna klommen we links omhoog terug de kam op door een steil bos. Terug op de graat aangekomen volgden we de rode markeringsstippen die links langs en op de graat liepen. Van daar af aan was het te doen zonder touw en andere benodigdheden, maar voor de fun en de oefening abseilden we nog enkele keren door het bos naar beneden. Op de GR 531 aangekomen volgden we deze tot aan Kerbholz. Daar ploften we ons voor meer dan een uur neer in de zon en genoten van het uitzicht, de voorbije avonturen én de zon natuurlijk. Toen we merkten dat we beter richting camping terug zouden keren, vervolgden we onze weg via Kastelbergwasen en volgden de ‘Sentier des Nevées’ richting de Hochneck. ’s Avonds genoten we nog van een vriesdroogmaaltijd… dat komt ervan van te lang in de zon te liggen en niet bij de winkel te raken voor sluitingstijd.

Zondag 24 mei

’s Ochtends werden we al om 8u uit onze tent gerookt, 35°… ‘t Was echt niet te doen! Na ons ontbijt braken we ons plekje af, pakten we alles en stapelden alles in de auto. Daarna gingen we afrekenen: 32 euro… Schandalig duur toch die camping à la ferme ;-)  Hierna vertrokken we opnieuw richting de ‘Route des Crêtes’ om ons te parkeren aan ‘Dreieck’ dichtbij het ‘Lac Vert’ voor onze laatste wandeling. We daalden af tot aan Lac Vert, waar we onze weg vervolgden via ‘Seestaettle’ en de ‘Refuge de Schupferen’ langs ‘Missheimle’ en ‘Baerenbach’ om de Hirchsteine-kloof door te wandelen. We namen de “avontuurlijkere” route die Hirchsteine par escalier genoemd wordt, dit pad is eenvoudiger dan de ‘Sentier des Roches’, hoewel dit er veel mee vergeleken wordt. We keerden via de GR5 terug over de crête naar onze auto. Tegen 3u ’s namiddags konden we terug vertrekken richting Aalst en tussen 10u en 11u kwamen we terug thuis aan. Ons avontuur zat er alweer op… Op naar het volgende!

Enkele sfeerbeelden 


GR AE mei 2009

21 juni 2009

Om het verlengd weekend van 1 mei te vullen kozen we deze keer voor een bivaktocht van Bertrix naar Graide, waar we deels de GR AE volgden.

Donderdag 30 april

We vertrokken donderdagnamiddag met de trein vanuit Brussel-Zuid. Na een lange treinreis met ratelende studenten met véél te grote koffers en zuchtende bejaarden, konden we overstappen in Libramont. Daar namen we de stoptrein en stapten af in Bertrix.
Om een slaapplaats uit te zoeken besloten we al richting Bouillon te vertrekken. We liepen in de richting van het motorcrossparcours (waar de dag erna een cross zou plaatsvinden, merkten we die avond op: de ene na de andere camper passeerde ons). Ver genoeg in het bos (voorbij ‘Chaurfontaine, ‘La Forêt’ in de ‘Plat Bois’ ) onder een dicht naaldbos zetten we onze Nammatj op, rolden we ons matje en onze slaapzak uit, aten we nog een dessertje en kropen in ons warme nest. De eerste bivaknacht viel voor ons beiden goed mee: vrij goed geslapen, uitgerust om aan onze eerste volledige etappe te beginnen.

Vrijdag 01 mei

Na een stevig ontbijt ruimden we ons nest op, vulden we onze rugzakken en na een laatste inspectie op het achterlaten van sporen vertrokken we bepakt en bezakt richting Bouillon. We trokken richting Cugnon, waar we door de wissel van kaarten op de verkeerde camping uitkwamen… Een klein ommetje met zo’n bepakking is wat extra conditietraining zeg maar ;-) Na de juiste camping door te steken liepen we door ‘Le Pé’ richting de ‘Grotte St Remacle’ die zeer erg de moeite is om te bezoeken *ahum*. We volgden vervolgens het pad dat dichtst bij de Semois liep. Bij de ‘Noue de Saupire’ kozen we een plekje uit langs de Semois een eind van het pad af om ons middageten te verorberen. Slaapzak en matje nog eens openleggen om alles goed te laten drogen, warme chocomelk maken, een paar studentenkoeken en vooral genieten van het “dining with a view”! Een vreemde figuur kwam langs en inspecteerde grondig wat we aan het doen waren, hoewel hij geen woord tegen ons sprak. Nadat we daar vertrokken keerde hij daar nogmaals terug om onze eetplek te onderzoeken… Daarna gelukkig niets meer gezien of gehoord van hem.
We vervolgden onze weg verder en eenmaal we aan de camping kwamen namen we de shortcut vrij steil naar beneden recht door de camping. Ons eerste plan was om aan de ‘Gué du Maka’ de Semois door te waden, maar we beslisten om daar toch verder de GR AE te volgen vlak naast de Semois, wat ons ook een immens mooi zicht en pad opleverde! We liepen voorbij de ‘Roche Percée’, de ‘Poteau de Leévau’ en de ‘Iles de la Bergerie’ daar bleven we de Semois volgen op het verharde pad richting Dohan. In Dohan aangekomen vulden we onze waterflessen bij en trakteerden we onszelf op een welverdiend crèmeke. Na deze stop staken we de Semois over en liepen we via de ‘Rocher Lecomte’ en de ‘Point de vue de Chévauchée’ op het hoogste pad op de ‘Côtes du Havet’. Bij de ‘Lauwé Charlier’ aangekomen zochten we een vlakke plek op, dit keer niet in een dicht naaldbos maar wel in een uitgestrekt loofbos. Het was al vrij laat en daarom zetten we reeds de tent op. Na een uitgebreide avondmaaltijd met voorgerecht, hoofdgerecht en dessert kropen we moe maar voldaan in ons nestje.

Zaterdag 02 mei

Bij de ochtendgloren werden we door een hond wakkergemaakt die ons reeds doorheen de nacht enkele keren had doen opschrikken. Het geblaf kwam echter nooit dichter bij de tent, dus konden we na ons ontbijt ons plekje op het gemak sporenvrij maken. We liepen richting Bouillon, waar we na een uurtje een hele tijd op asfalt liepen. Eenmaal aan de ‘Pont du Poulie’ pikten we e GR AE terug op en liepen over de ‘Cote d’Auclin’ naar de uitzichttoren met een machtig zicht op Bouillon. Daar weken we alweer van de GR af om onze eigen weg (via een watervoorzienbare route) voort te zetten. We vervolgden onze weg via de ‘Virée à l’Aise’ en de ‘Moulin de l’ Épine’ naar de ‘Moulin des Rivages’. Daar namen we even rust om ons in de voorbijstromende zijrivier wat te verfrissen en verder te genieten van de hevig stralende zon. Daarna zetten we onze tocht verder door het bos waar we een prachtig in hout uitgewerkt bosmuseum zagen (zie foto’s). Boven aan ‘Gros Terme’ aangekomen, waren we onder de indruk van het zicht op de ‘Tombeau du Géant’.
Ons middagmaal verorberden we naast een klein beekje op weg naar de ‘Virée du Ru’. Daar namen we opnieuw het pad dat het dichtst bij de Semois lag. We volgden de meander van de Semois tot aan ‘Les Faloises’. Hier kozen we ervoor om het gekende pad “Les Échelles” te doen, dit maakte vroeger deel uit van de GR maar nu niet meer. Mensen die dit pad niet willen volgen, letten hier best even op want de oude markering van de GR is nog zichtbaar. Om “Les Échelles” te volgen volg je pad nummer 84 (zie bijbehorende foto). Hier moet je enkele keren over een ladder klimmen en heb je af en toe je handen nodig , wandelstokken zijn hier niet zo handig. De eerste en grootste ladder heeft een overkapping waardoor het moeilijk is om hierdoor te raken met een grote trekrugzak. Met een hoge en minder brede trekrugzak lukt het om hierdoor te kruipen, maar er is maar 2 mm over tussen de sporten van de ladder en je gezicht, evident is anders dus. Met een brede trekrugzak raak je hier wat in de problemen. Gelukkig hadden mensen voor ons dit reeds meegemaakt want er hing bovenaan de ladder een soort touw (groen) bevestigd dat we aan de rugzak beneden konden knopen om hem zo op te trekken en tegelijk naar boven te duwen. Geen evidentie, maar wel wat gezellig knutselwerk… Het pad is een echte aanrader voor mensen die van de meer ‘alpiene’ paadjes houden, af en toe wat laddertjes moet je verdragen zoals de naam je wel doet vermoeden. Na dit pad kwamen we aan in ‘Rochehaut aprés la chapelle’ waar we de weg volgden richting Rochehaut. Ook op trektocht mag een mens wel van het leven genieten vinden wij, dus vleiden we ons met een nieuw crèmeke neer bij de plaatstelijke kerk. Hierna vervolgden we onze weg door af te dalen naar ‘Les Vannes’ om daar de voetgangersbrug naar Frahan over te steken. In Frahan klommen we de ‘Crêtes de Frahan’ op waar je de hele kam afloopt tot aan de Semois. We vervolgden een verharde weg waarbij we aan de overzijde de hele lengte van de ‘Camping du Mèlî et du Laviot afliepen: een camping waar we aanraden om je fiets mee te nemen om van de ene kant naar de andere te gaan ;-) . We gingen vai ‘L’Aplet’ naar Alle, waar de plaatstelijke dorpsfeesten aan de gang waren. Via een Réservoir in de buurt van Alle zochten we onze weg naar ‘Les Hauts Quartiers’ waar we ons een slaapplek zouden zoeken.
Een ideale plaats vonden we niet: veel brede paden, open bos, bos met daaronder laaggroeiend struikgewas, oneffen ondergrond, overal stekkerplantjes,… Steven vond uiteindelijk toch een plek die ons het meest geschikt leek om ons tentje op te slaan achter een lage struikbegroeiing. Uitgeput maakten we ons avondeten klaar en kropen we heel snel onder de wol. We lagen echter nog geen uur te slapen en we werden allebei gewekt door nachtelijke bosgeluiden: geritsel rond de tent, allerlei dierengeluiden en het was niet van een hond of een wolf! Eerst wat herten en daarna hield onze vriend het everzwijn ons toch beiden nog een hele tijd wakker…

Zondag 03 mei

Na een korte en wat minder comfortabele nacht maakten we ons klaar te ontbijten op ons eetplekje met véél en warme kleren aan. Plots horen we een auto… Op het grote pad achter de dichte begroeiing reed een 4×4 voorbij, jammergenoeg waren we vanop een deel van het pad toch nog zichtbaar. Onze warme kleren zijn echter niet echt gemaakt uit camouflagekleuren (wit, lichtblauw, rood,…). We moeten wel zeggen dat de schrik ons even om ons hart sloeg en we ons voor alle zekerheid zoveel mogelijk bukten. Na een snel ontbijt en een snelle opkuis maakten we dat we daar weg waren, gelukkig kwamen deze mensen niet meer lang, want we hadden echt geen zin in een aanvaring met een boswachter! 
We vertrokken langs de Semois richting Vresse-sur-Semois. We staken de Semois over via de ‘Pont St-Lambert’ en volgden de asfaltbaan tot aan de ‘Ancien Carrière’ waar we iets verder rechts een bospad insloegen. Na een steile klim in het bos liepen we verder naar de ‘Pont des Brebis’, daar staken we de “beek” over en trokken we verder naar de ‘Ancien Moulin de Monceau waar we ons middagmaal verorberden. Door het bos zochten we onze weg naar de ‘Rond Pont’ waar we verder door het ‘Bois des Roches’ en ‘Les Tranlets’ noordelijk richting ’Graide Station’ trokken. 
Moe maar voldaan kwamen we op tijd in het station aan waar we onszelf trakteerden op een fantaatje. Op de treinreis terug huiswaarts genoten we na van al het moois dat we dit weekend hadden meegemaakt.


Gebruikt materiaal
 

Bivakmateriaal: zie ’Gear’ voor meer uitleg: Nammatj, slaapzakken comfort 0°, MSR Whisperlite, gevriesdroogde maaltijden,…

Kaarten: NGI topografische kaarten van België (oude 1:25000, nieuwe 1:20000)
- 63/7-8: Vresse-Sur-Semois
- 64/1-2: Faut-Fays – Redu
- 64/5-6: Rochehaut – Paliseul
- 64/7-8: Bertrix – Libramont
- 67/1-2: Bouillon – Dohan
- 67/3-4: Herbeumont – Suxy

 

 Enkele impressies


Sneeuwschoentrekking Vogezen 2009

1 maart 2009

Zondag 22 februari : Aalst – Col de la Schlucht – Trois Fours.

 

Na 5 uur rijden vonden we op de Col de la Schlucht vlot een plekje om de auto veilig achter te laten. We checkten even de optie om via wat in de zomer het rood-wit-rode pad (zelfde vertrekpunt als de Sentier des Roches) is, af te dalen richting Frankenthal. Dat plan bliezen we gezien de weersomstandigheden maar af. Het zicht bedroeg op de col zowat 50 m en de wind deed zijn best om te doen wat hij vaak doet in de Vogezen: hard gaan! Daarenboven leek de flank ons allesbehalve lawineveilig. Dan maar via de GR 5 naar Trois Fours en daar opnieuw inschatten. Die nieuwe inschatting (wind die in België storm noemt, zicht bijna nul, sneeuw, gevoelstemperatuur makkelijk -15°) deed ons maar besluiten de rest van de dag in de buurt van Trois Fours wat te “spelen”. We daalden een stukje in het bos af (big fun, een halve meter poeder op sneeuwschoenen!), klommen via een andere route terug en gingen dan nog een stukje heen en terug richting Hohneck. Al liepen we geen echte tocht die dag, toch stapten we heel voldaan de refuge binnen ’s avonds. Daar liepen we Arnaud Dewez tegen het lijf, een supersympathieke Belgische berggids (www.passemontagne.be) die we kenden van een cursus bij de KBF. Het werd een urenlange gezellige babbel waarbij hij als Waal weer eens prima Nederlands én een fles Gewurtstraminer bovenhaalde.

 

Maandag 23 februari: Trois Fours – Frankenthal – Hohneck – Trois Fours.

 

Ook op dag 2 woedde er nog een behoorlijk sneeuwstormpje op de Vogezenkam. Daarom kozen we niet voor onze geplande route, maar voor een alternatief dichterbij en met minder tijd boven op de kam. We daalden door het bos af tot bij het einde van de Sentier des Roches en trokken verder naar het Frankenthal, waar het weer een stuk vriendelijker was dan 300 m hoger. Aangezien we toch tijd hadden, trakteerden we onszelf op een zelfgemaakte warme chocomelk aan de abri. Genieten… Via geel bolletje en blauwe driehoek baanden we ons door de verse sneeuw een weg naar Le Gaschney. Van daar liepen we een stuk naar de Schiessroth-boerderij om dan (buiten pad) de zuidflank van de Petit Hohneck op te trekken. Gedaan met het vriendelijke weer: skimasker op, sjaal aan en alle openingen in de kledij dicht. Eens op de top werd het zicht weer quasi nul. Dan maar zuiver op kompas en hoogtemeter naar de Schaeferthalcol. Die vonden we gelukkig makkelijk, waarna we maar gewoon de palenrij moesten volgen naar de top van de Hohneck en verder terug naar Trois Fours. Heel leuke dag, met als grote tip voor al wie in de zelfde weersomstandigheden in de buurt zit: daal vanop de kam een paar honderd meter de oostflank af. Het weer is daar vaak veel beter. Informeer je wel erg goed over waar je weer omhoog kan. In de winter zijn veel paden omhoog onmogelijk of minstens levensgevaarlijk door de grote sneeuwluifels aan de oostkant van de kam.

’s Avonds ontmoetten we in de hut 3 andere Belgen die op sneeuwschoentrekking waren. Het waren de enige echte trekkers die we die week zouden ontmoeten…

 

Dinsdag 24 februari: Trois Fours – Etang du Devin.

 

Tijd voor het echte werk. De wind was gaan liggen, maar de mist hield het nog enkele uren hardnekkig vol. Omdat deze etappe toch niet te onderschatten is in de winter, besloten we bij het eerste daglicht te vertrekken, rond 7 u. Genietend van de prachtige gevolgen van een paar slechtweerdagen (het fenomeen “anraum” is dan gewoonweg schitterend in de Vogezen) liepen we naar de Col de la Schlucht. Het was de bedoeling de hele dag de GR 5 te volgen, maar op de Schlucht bleek het meteen niet zo makkelijk die te vinden onder het dikke pak sneeuw. Een blik op de kaart hielp ons al gauw in de goede richting. En dan… Hanne en ik zijn de eersten om je vertellen dat je in hevige mist, lopend op een sneeuwlaag die alle sporen had uitgewist, altijd je kompas neemt, ALTIJD. We hebben het alletwee gedacht, maar als de eerste de beste toeristen niet gedaan. Het gevolg was deze dialoog een goed uur later:

S: Ik hoor machines. Zouden die van Le Tanet zijn?

(even later)

H: Ja, je had gelijk. We lopen naast een parking. Moet Le Tanet zijn.

S: Goed dat we hier al zijn!

H: Amai, het lijkt hier wel goed op de Schlucht!

S: Ja, bijna helemaal het zelfde. He kijk, ze hebben hier zelfs een “Auberge de la Schlucht”…

H en S: Maar… Dat kan toch niet… Dit IS de Schlucht!

S: Dan is die grijze Kangoo die we net voorbijliepen… de onze!

 

Kwaad dat we waren… We hebben meer dan één keer onszelf vervloekt. We hadden gewoon een lus gelopen… Meer dan een uur verliezen op de dag dat je vermoedt dat je tijdschema al wat krap is, door je eigen stomme fout: er zijn fijnere dingen! Maar goed, eigenlijk heeft Moeder Natuur ons erg gespaard: in ons “de toerist uithangen” waren we niet ergens een ravijn ingesukkeld en we waren “slechts” een uur kwijt. We besloten niet terug de GR 5 te zoeken, maar zuiver op kompas en hoogtemeter richting Gazon du Faing te lopen. We wisten dat onze enige herkenningspunten de komende uren tweemaal het kruisen van de Route des Crêtes zou zijn. Het lukte. Na ongeveer 3 uur door de mist, kompas in de hand, bereikten we Gazon du Faing. Eigenlijk waren dat 3 schitterende, sprookjesachtige uren. Enkel wij 2, soms over open veld, dan weer door bos, met 20 à 30 (en nooit meer dan 50) m zicht. Op Gazon du Faing trok de mist op, bleken we exact te zijn uitgekomen waar we wilden zijn en bleken we bovendien terug wat marge te hebben in ons tijdschema. Oef.. We deden het wat rustiger aan door het skigebied van Lac Blanc en bij de beklimming van de Tête des Faux, waar we toevallig op heelwat resten uit de Eerste Wereldoorlog stootten. De afdaling naar de Gîte de l’Etang du Devin bleek nog een serieuze oriëntatieoefening, die voor ons sterk was vergemakkelijkt door iemand die, duidelijk op GPS, de afdaling voor ons had gespoord. Moe maar o zo voldaan verorberden we buiten aan de hut ons avondmaal bij de ondergaande zon die tussen de wolken kwam piepen. Het dortoir was voor ons alleen…

 

Woensdag 25 februari: Etang du Devin – Lac Blanc – Lac Noir – Prés du Bois.

 

Zon, stralende zon! Dat was de beloning voor onze inspanningen van de dag voordien. Via het groene bolletje en het gele kruis op de kaart, liepen we heel ontspannen naar het Lac Blanc. Tussendoor genoten we van meer dan een uur pauze in een zonnige, maagdelijk witte weide. Aangezien het avontuurgehalte van de dag nog niet bepaald hoog lag en we tijd zat hadden, kozen we ervoor om via het rood-wit-rode pad op de kaart (markering is intussen veranderd naar een rood bolletje) naar het Lac Noir te trekken. Dat leverde een paar spannende passages op op steile, ongespoorde sneeuwhellingen. Het laatste stuk (zowat 80 m) naar de col tussen de Rocher de Hans en de klimrots van Lac Blanc, leek ons te link: een sneeuwveld van zeker 60°, met daaronder een diep ravijn. We konden de passage wel prima afzekeren, wat we ook deden. Het 50m-touw, de slinges en het ander klimmateriaal kwamen van pas! Of het 100% noodzakelijk was te zekeren? Zeker niet! Maar we hadden alletwee een eerder wel- dan niet-gevoel en vermits we dit verslag kunnen schrijven, was de beslissing zeker niet verkeerd… De Rocher de Hans zelf verplichtte nog tot voorzichtigheid door de dikke laag ijs die op de trappen lag. Daarna volgde nog de leuke afdaling naar het Lac Noir en de zoektocht naar de Gîte du Pré du Bois, om alweer bij het avondmaal te genieten van de zonsondergang. Bij gebrek aan andere gasten bood de erg vriendelijke gastheer ons een tweepersoonskamer aan i.p.v. het dortoir. Alweer een privé-verblijf dus!

 

Donderdag 26 februari: Prés du Bois – Trois Fours.

 

Bij het opstaan werd al snel duidelijk da het weer opnieuw snel aan het veranderen was. Geen te best vooruitzicht met meer dan 900 hoogtemeters in het vooruitzicht met een paar passages op de Crête. Uiteindelijk viel het, naar Vogezennormen, best mee. We beklommen de Altenkraehkopf en daalden af naar het Lac du Forlet. Deels op wat in de zomer paden zijn, deels daarbuiten, baanden we ons een weg naar het Lac Vert en later door het skigebied van Le Tanet. Het lage Hirchsteine-pad (Hirchsteine sentier panoramique of Hirchsteine par escalier), beoordeelden we als te gevaarlijk. Balustrades en kabels waren volledig ondergesneeuwd. Bovendien dooide het, waardoor regelmatig sneeuw en ijs naar beneden kwamen, de kloof in. We kozen dan maar voor het hogere pad, dat ook als Hirschsteine bewegwijzerd staat. Hier kwamen we nog enkele steile sneeuwvelden tegen. We besloten niet te zekeren, maar de tijd die we daarmee zouden “verliezen” te nemen om elke stap dubbel zo geconcentreerd te zetten. Via Spitzenfels en een nieuwe passage langs de Col de la Schlucht (“Amai, dat lijkt hier op de Schlucht” :-) ), kwamen we terug bij de vertrouwde refuge van Trois Fours, die helemaal van ons alleen bleek…

 

Vrijdag 27 februari: Trois Fours – Rainkopf – Lac d’Altenweiher – Schlucht – Aalst.

 

Vroeg uit te veren voor een laatste, voor ons ambitieuze tocht. Bij het ochtendgloren trokken we, alweer zuiver op kompas door dichte mist, over de kam naar de Rainkopf. Daar was het even millimeterwerk om de passage te vinden naar de oostgraat van de Rainkopf. Op die graat loopt geen pad, maar in de winter kan je over de graat tot het Lac d’Altenweiher lopen. Te classeren onder avontuurlijk, maar niet echt gevaarlijk als je weet waar je mee bezigbent. Zekeren is niet nodig (naar onze mening). Het moeilijkste is de graat te vinden als je op de top van de Rainkopf enkel wit en wit ziet… Nauwkeurig kompaswerk leidde ons over het smalste stuk, net na de top. Het gevaar zit hem in de sneeuwluifels die zowel links als rechts van de graat hangen. Het smalste stuk bleek zowat 15 m breed, waarvan zeker 10 sneeuwluifel is… Eens in het bos is de graat eenvoudig te volgen, nog een hele tijd naar het oosten, later noord-oosten. Op deze afdaling ging Hanne er even fysiek helemaal onderdoor. Steven maakte zich even onnodig zorgen, want het bleek een typische Hanne-inzinking. Dat wil zeggen: heel krachtig, maar gelukkig ook kort. Het was onze bedoeling terug te klimmen langs het blauwe kruis-pad, omdat het gele kruis-pad ons te steil leek op de kaart om in deze omstandigheden te proberen. Het bleek echter al snel dat het pad al lang niet meer belopen was en bijgevolg volledig onzichtbaar. Omdat op het pad met het gele kruis een aantal toerskiërs net voor ons een spoor hadden getrokken, besloten we toch maar dat te nemen. Het werd een alweer op zijn minst avontuurlijke klim waarbij we een paar keer overwogen om de sneeuwschoenen in te wisselen voor de stijgijzers die al de hele week vrolijk in de rugzak zaten. Ook zekeren had hier en daar zeker niet dom geweest. Uiteindelijk bleven toch de sneeuwschoenen aan en klommen we heel voorzichtig en langzaam de flank uit. Op het stuk van de Kastelberg terug naar de auto brandde de zon zich een flink gat door de wolken zodat we met een schitterend, compleet uitgeteld maar geweldig genietend gevoel konden afscheid nemen van onze witte wereld. Terug naar Aalst…

 

Verblijf:

Refuge Trois Fours: KBF-lid hors sac: 15,40 euro p.p.p.n. (-25: 14,10 euro) (info via www.ffcam.fr/centres_montagnes.html, in de linkerkolom)

Gîte de l’Etang du Devin : 10 euro p.p.p.n. (in dortoir, hors sac) (www.etangdevin.com)

Gîte du Pré du Bois : 10 euro p.p.p.n. (in dortoir, hors sac) (contactgegevens via www.lac-blanc.com, klikken op où dormir)

 

Voeding :

Voor het eerst heelwat gedroogd eten van verschillende merken uitgeprobeerd. We waren wat bang van de smaak, maar dat bleek over de hele lijn een meevaller, voor alle merken. Om water te koken gebruikten we onze splinternieuwe MSR Whisperlite Int., die het prima deed en zich vrij makkelijk liet bedienen.

 

Materiaal:

Het is niet onze bedoeling een volledige opsomming van al ons meegenomen materiaal te geven, maar eerder van een paar dingen die ons belangrijk lijken.

-kompas: Zonder red je het niet in de hardnekkige mist die soms in Vogezen hangt (voor wie geen GPS heeft natuurlijk)

-hoogtemeter: helpt je in combinatie met het kompas nog een stuk vooruit.

-kaarten: IGN 3618 OT en 3718 OT

-sneeuwschoenen: Vorig jaar deze tijd niet noodzakelijk, nu hadden we absoluut niet kunnen doen wat we wilden zonder.

-stijgijzers: Niet nodig gehad, maar wel overwogen. In de Vogezen, in bijzonder in de buurt waar we zaten, ligt snel een laag ijs aan de oppervlakte in de plaats van sneeuw. Stijgijzers zijn dan op zijn minst aangeraden als je van plan bent steile beklimmingen of afdalingen te doen.

-touw, musketons (waarvan 2 HMS), slinges: Als je weet wat je ermee moet doen, zéér nuttig voor wie het stevige winterhikingwerk niet schuwt. Wij vertrekken niet zonder. Omdat we ons verwachtten aan mogelijke abseils, namen we deze keer het 50m-touw en ook de klimgordels mee.

-bivakzakken: Verloren lopen is in de dichte mist niet erg moeilijk. Wij nemen ze mee… om te zorgen dat we ze niet nodig hebben!

-skimasker: Wie op de Hohneck al eens in een sneeuwstormpje stond, weet waarover we het hebben!

-kleding in laagjes, ook in de winter! Thuis laten die ski-jassen! Wij stonden dag in dag uit laagjes aan en uit te doen om ons aan te passen aan de sterk wisselende

(gevoels-)temperatuur.

 

Weer-, sneeuw- en lawine-info:

-vind je op http://vosgesfreeride.zeblog.com

 

En er viel ons nog op dat…

 

-er zelfs in deze “topdrukke” periode (krokusvakantie) bijzonder weinig wandelaars waren. De skigebieden buiten beschouwing gelaten, kwamen we gemiddeld 3 à 7 mensen per dag tegen… Van onze 5 nachten, lagen we er 3 alleen in de dortoirs!

 

-nog altijd veel mensen de Vogezen beschouwen als “hoge Ardennen”. Vergeet dat maar. We zijn er nu al enkele keren geweest en maakten situaties en weersomstandigheden mee die vergelijkbaar zijn met hoogtes van 2500 m en meer in de Alpen.

 

-hoe verder je van de skigebieden bent, hoe vriendelijker de mensen worden, met uitzondering van Sylvie, de gardienne van Trois Fours, uiteraard :-)