Zondag 22 februari : Aalst – Col de la Schlucht – Trois Fours.
Na 5 uur rijden vonden we op de Col de la Schlucht vlot een plekje om de auto veilig achter te laten. We checkten even de optie om via wat in de zomer het rood-wit-rode pad (zelfde vertrekpunt als de Sentier des Roches) is, af te dalen richting Frankenthal. Dat plan bliezen we gezien de weersomstandigheden maar af. Het zicht bedroeg op de col zowat 50 m en de wind deed zijn best om te doen wat hij vaak doet in de Vogezen: hard gaan! Daarenboven leek de flank ons allesbehalve lawineveilig. Dan maar via de GR 5 naar Trois Fours en daar opnieuw inschatten. Die nieuwe inschatting (wind die in België storm noemt, zicht bijna nul, sneeuw, gevoelstemperatuur makkelijk -15°) deed ons maar besluiten de rest van de dag in de buurt van Trois Fours wat te “spelen”. We daalden een stukje in het bos af (big fun, een halve meter poeder op sneeuwschoenen!), klommen via een andere route terug en gingen dan nog een stukje heen en terug richting Hohneck. Al liepen we geen echte tocht die dag, toch stapten we heel voldaan de refuge binnen ’s avonds. Daar liepen we Arnaud Dewez tegen het lijf, een supersympathieke Belgische berggids (www.passemontagne.be) die we kenden van een cursus bij de KBF. Het werd een urenlange gezellige babbel waarbij hij als Waal weer eens prima Nederlands én een fles Gewurtstraminer bovenhaalde.
Maandag 23 februari: Trois Fours – Frankenthal – Hohneck – Trois Fours.
Ook op dag 2 woedde er nog een behoorlijk sneeuwstormpje op de Vogezenkam. Daarom kozen we niet voor onze geplande route, maar voor een alternatief dichterbij en met minder tijd boven op de kam. We daalden door het bos af tot bij het einde van de Sentier des Roches en trokken verder naar het Frankenthal, waar het weer een stuk vriendelijker was dan 300 m hoger. Aangezien we toch tijd hadden, trakteerden we onszelf op een zelfgemaakte warme chocomelk aan de abri. Genieten… Via geel bolletje en blauwe driehoek baanden we ons door de verse sneeuw een weg naar Le Gaschney. Van daar liepen we een stuk naar de Schiessroth-boerderij om dan (buiten pad) de zuidflank van de Petit Hohneck op te trekken. Gedaan met het vriendelijke weer: skimasker op, sjaal aan en alle openingen in de kledij dicht. Eens op de top werd het zicht weer quasi nul. Dan maar zuiver op kompas en hoogtemeter naar de Schaeferthalcol. Die vonden we gelukkig makkelijk, waarna we maar gewoon de palenrij moesten volgen naar de top van de Hohneck en verder terug naar Trois Fours. Heel leuke dag, met als grote tip voor al wie in de zelfde weersomstandigheden in de buurt zit: daal vanop de kam een paar honderd meter de oostflank af. Het weer is daar vaak veel beter. Informeer je wel erg goed over waar je weer omhoog kan. In de winter zijn veel paden omhoog onmogelijk of minstens levensgevaarlijk door de grote sneeuwluifels aan de oostkant van de kam.
’s Avonds ontmoetten we in de hut 3 andere Belgen die op sneeuwschoentrekking waren. Het waren de enige echte trekkers die we die week zouden ontmoeten…
Dinsdag 24 februari: Trois Fours – Etang du Devin.
Tijd voor het echte werk. De wind was gaan liggen, maar de mist hield het nog enkele uren hardnekkig vol. Omdat deze etappe toch niet te onderschatten is in de winter, besloten we bij het eerste daglicht te vertrekken, rond 7 u. Genietend van de prachtige gevolgen van een paar slechtweerdagen (het fenomeen “anraum” is dan gewoonweg schitterend in de Vogezen) liepen we naar de Col de la Schlucht. Het was de bedoeling de hele dag de GR 5 te volgen, maar op de Schlucht bleek het meteen niet zo makkelijk die te vinden onder het dikke pak sneeuw. Een blik op de kaart hielp ons al gauw in de goede richting. En dan… Hanne en ik zijn de eersten om je vertellen dat je in hevige mist, lopend op een sneeuwlaag die alle sporen had uitgewist, altijd je kompas neemt, ALTIJD. We hebben het alletwee gedacht, maar als de eerste de beste toeristen niet gedaan. Het gevolg was deze dialoog een goed uur later:
S: Ik hoor machines. Zouden die van Le Tanet zijn?
(even later)
H: Ja, je had gelijk. We lopen naast een parking. Moet Le Tanet zijn.
S: Goed dat we hier al zijn!
H: Amai, het lijkt hier wel goed op de Schlucht!
S: Ja, bijna helemaal het zelfde. He kijk, ze hebben hier zelfs een “Auberge de la Schlucht”…
H en S: Maar… Dat kan toch niet… Dit IS de Schlucht!
S: Dan is die grijze Kangoo die we net voorbijliepen… de onze!
Kwaad dat we waren… We hebben meer dan één keer onszelf vervloekt. We hadden gewoon een lus gelopen… Meer dan een uur verliezen op de dag dat je vermoedt dat je tijdschema al wat krap is, door je eigen stomme fout: er zijn fijnere dingen! Maar goed, eigenlijk heeft Moeder Natuur ons erg gespaard: in ons “de toerist uithangen” waren we niet ergens een ravijn ingesukkeld en we waren “slechts” een uur kwijt. We besloten niet terug de GR 5 te zoeken, maar zuiver op kompas en hoogtemeter richting Gazon du Faing te lopen. We wisten dat onze enige herkenningspunten de komende uren tweemaal het kruisen van de Route des Crêtes zou zijn. Het lukte. Na ongeveer 3 uur door de mist, kompas in de hand, bereikten we Gazon du Faing. Eigenlijk waren dat 3 schitterende, sprookjesachtige uren. Enkel wij 2, soms over open veld, dan weer door bos, met 20 à 30 (en nooit meer dan 50) m zicht. Op Gazon du Faing trok de mist op, bleken we exact te zijn uitgekomen waar we wilden zijn en bleken we bovendien terug wat marge te hebben in ons tijdschema. Oef.. We deden het wat rustiger aan door het skigebied van Lac Blanc en bij de beklimming van de Tête des Faux, waar we toevallig op heelwat resten uit de Eerste Wereldoorlog stootten. De afdaling naar de Gîte de l’Etang du Devin bleek nog een serieuze oriëntatieoefening, die voor ons sterk was vergemakkelijkt door iemand die, duidelijk op GPS, de afdaling voor ons had gespoord. Moe maar o zo voldaan verorberden we buiten aan de hut ons avondmaal bij de ondergaande zon die tussen de wolken kwam piepen. Het dortoir was voor ons alleen…
Woensdag 25 februari: Etang du Devin – Lac Blanc – Lac Noir – Prés du Bois.
Zon, stralende zon! Dat was de beloning voor onze inspanningen van de dag voordien. Via het groene bolletje en het gele kruis op de kaart, liepen we heel ontspannen naar het Lac Blanc. Tussendoor genoten we van meer dan een uur pauze in een zonnige, maagdelijk witte weide. Aangezien het avontuurgehalte van de dag nog niet bepaald hoog lag en we tijd zat hadden, kozen we ervoor om via het rood-wit-rode pad op de kaart (markering is intussen veranderd naar een rood bolletje) naar het Lac Noir te trekken. Dat leverde een paar spannende passages op op steile, ongespoorde sneeuwhellingen. Het laatste stuk (zowat 80 m) naar de col tussen de Rocher de Hans en de klimrots van Lac Blanc, leek ons te link: een sneeuwveld van zeker 60°, met daaronder een diep ravijn. We konden de passage wel prima afzekeren, wat we ook deden. Het 50m-touw, de slinges en het ander klimmateriaal kwamen van pas! Of het 100% noodzakelijk was te zekeren? Zeker niet! Maar we hadden alletwee een eerder wel- dan niet-gevoel en vermits we dit verslag kunnen schrijven, was de beslissing zeker niet verkeerd… De Rocher de Hans zelf verplichtte nog tot voorzichtigheid door de dikke laag ijs die op de trappen lag. Daarna volgde nog de leuke afdaling naar het Lac Noir en de zoektocht naar de Gîte du Pré du Bois, om alweer bij het avondmaal te genieten van de zonsondergang. Bij gebrek aan andere gasten bood de erg vriendelijke gastheer ons een tweepersoonskamer aan i.p.v. het dortoir. Alweer een privé-verblijf dus!
Donderdag 26 februari: Prés du Bois – Trois Fours.
Bij het opstaan werd al snel duidelijk da het weer opnieuw snel aan het veranderen was. Geen te best vooruitzicht met meer dan 900 hoogtemeters in het vooruitzicht met een paar passages op de Crête. Uiteindelijk viel het, naar Vogezennormen, best mee. We beklommen de Altenkraehkopf en daalden af naar het Lac du Forlet. Deels op wat in de zomer paden zijn, deels daarbuiten, baanden we ons een weg naar het Lac Vert en later door het skigebied van Le Tanet. Het lage Hirchsteine-pad (Hirchsteine sentier panoramique of Hirchsteine par escalier), beoordeelden we als te gevaarlijk. Balustrades en kabels waren volledig ondergesneeuwd. Bovendien dooide het, waardoor regelmatig sneeuw en ijs naar beneden kwamen, de kloof in. We kozen dan maar voor het hogere pad, dat ook als Hirschsteine bewegwijzerd staat. Hier kwamen we nog enkele steile sneeuwvelden tegen. We besloten niet te zekeren, maar de tijd die we daarmee zouden “verliezen” te nemen om elke stap dubbel zo geconcentreerd te zetten. Via Spitzenfels en een nieuwe passage langs de Col de la Schlucht (“Amai, dat lijkt hier op de Schlucht”
), kwamen we terug bij de vertrouwde refuge van Trois Fours, die helemaal van ons alleen bleek…
Vrijdag 27 februari: Trois Fours – Rainkopf – Lac d’Altenweiher – Schlucht – Aalst.
Vroeg uit te veren voor een laatste, voor ons ambitieuze tocht. Bij het ochtendgloren trokken we, alweer zuiver op kompas door dichte mist, over de kam naar de Rainkopf. Daar was het even millimeterwerk om de passage te vinden naar de oostgraat van de Rainkopf. Op die graat loopt geen pad, maar in de winter kan je over de graat tot het Lac d’Altenweiher lopen. Te classeren onder avontuurlijk, maar niet echt gevaarlijk als je weet waar je mee bezigbent. Zekeren is niet nodig (naar onze mening). Het moeilijkste is de graat te vinden als je op de top van de Rainkopf enkel wit en wit ziet… Nauwkeurig kompaswerk leidde ons over het smalste stuk, net na de top. Het gevaar zit hem in de sneeuwluifels die zowel links als rechts van de graat hangen. Het smalste stuk bleek zowat 15 m breed, waarvan zeker 10 sneeuwluifel is… Eens in het bos is de graat eenvoudig te volgen, nog een hele tijd naar het oosten, later noord-oosten. Op deze afdaling ging Hanne er even fysiek helemaal onderdoor. Steven maakte zich even onnodig zorgen, want het bleek een typische Hanne-inzinking. Dat wil zeggen: heel krachtig, maar gelukkig ook kort. Het was onze bedoeling terug te klimmen langs het blauwe kruis-pad, omdat het gele kruis-pad ons te steil leek op de kaart om in deze omstandigheden te proberen. Het bleek echter al snel dat het pad al lang niet meer belopen was en bijgevolg volledig onzichtbaar. Omdat op het pad met het gele kruis een aantal toerskiërs net voor ons een spoor hadden getrokken, besloten we toch maar dat te nemen. Het werd een alweer op zijn minst avontuurlijke klim waarbij we een paar keer overwogen om de sneeuwschoenen in te wisselen voor de stijgijzers die al de hele week vrolijk in de rugzak zaten. Ook zekeren had hier en daar zeker niet dom geweest. Uiteindelijk bleven toch de sneeuwschoenen aan en klommen we heel voorzichtig en langzaam de flank uit. Op het stuk van de Kastelberg terug naar de auto brandde de zon zich een flink gat door de wolken zodat we met een schitterend, compleet uitgeteld maar geweldig genietend gevoel konden afscheid nemen van onze witte wereld. Terug naar Aalst…
Verblijf:
Refuge Trois Fours: KBF-lid hors sac: 15,40 euro p.p.p.n. (-25: 14,10 euro) (info via www.ffcam.fr/centres_montagnes.html, in de linkerkolom)
Gîte de l’Etang du Devin : 10 euro p.p.p.n. (in dortoir, hors sac) (www.etangdevin.com)
Gîte du Pré du Bois : 10 euro p.p.p.n. (in dortoir, hors sac) (contactgegevens via www.lac-blanc.com, klikken op où dormir)
Voeding :
Voor het eerst heelwat gedroogd eten van verschillende merken uitgeprobeerd. We waren wat bang van de smaak, maar dat bleek over de hele lijn een meevaller, voor alle merken. Om water te koken gebruikten we onze splinternieuwe MSR Whisperlite Int., die het prima deed en zich vrij makkelijk liet bedienen.
Materiaal:
Het is niet onze bedoeling een volledige opsomming van al ons meegenomen materiaal te geven, maar eerder van een paar dingen die ons belangrijk lijken.
-kompas: Zonder red je het niet in de hardnekkige mist die soms in Vogezen hangt (voor wie geen GPS heeft natuurlijk)
-hoogtemeter: helpt je in combinatie met het kompas nog een stuk vooruit.
-kaarten: IGN 3618 OT en 3718 OT
-sneeuwschoenen: Vorig jaar deze tijd niet noodzakelijk, nu hadden we absoluut niet kunnen doen wat we wilden zonder.
-stijgijzers: Niet nodig gehad, maar wel overwogen. In de Vogezen, in bijzonder in de buurt waar we zaten, ligt snel een laag ijs aan de oppervlakte in de plaats van sneeuw. Stijgijzers zijn dan op zijn minst aangeraden als je van plan bent steile beklimmingen of afdalingen te doen.
-touw, musketons (waarvan 2 HMS), slinges: Als je weet wat je ermee moet doen, zéér nuttig voor wie het stevige winterhikingwerk niet schuwt. Wij vertrekken niet zonder. Omdat we ons verwachtten aan mogelijke abseils, namen we deze keer het 50m-touw en ook de klimgordels mee.
-bivakzakken: Verloren lopen is in de dichte mist niet erg moeilijk. Wij nemen ze mee… om te zorgen dat we ze niet nodig hebben!
-skimasker: Wie op de Hohneck al eens in een sneeuwstormpje stond, weet waarover we het hebben!
-kleding in laagjes, ook in de winter! Thuis laten die ski-jassen! Wij stonden dag in dag uit laagjes aan en uit te doen om ons aan te passen aan de sterk wisselende
(gevoels-)temperatuur.
Weer-, sneeuw- en lawine-info:
-vind je op http://vosgesfreeride.zeblog.com
En er viel ons nog op dat…
-er zelfs in deze “topdrukke” periode (krokusvakantie) bijzonder weinig wandelaars waren. De skigebieden buiten beschouwing gelaten, kwamen we gemiddeld 3 à 7 mensen per dag tegen… Van onze 5 nachten, lagen we er 3 alleen in de dortoirs!
-nog altijd veel mensen de Vogezen beschouwen als “hoge Ardennen”. Vergeet dat maar. We zijn er nu al enkele keren geweest en maakten situaties en weersomstandigheden mee die vergelijkbaar zijn met hoogtes van 2500 m en meer in de Alpen.
-hoe verder je van de skigebieden bent, hoe vriendelijker de mensen worden, met uitzondering van Sylvie, de gardienne van Trois Fours, uiteraard
- Yes, I made it
- Waar ben ik?
- Anraum
- Sentier des Roches
- Warme choco in Frankenthal
- Beetje dorst…
- Etang du Devin
- Steven & Hanne
- Walking in the sun
- Middageten
- Lac Blanc
- Hindernissenparcours
- Hirchsteine
- Anraum
- Hohneck
- Trois Fours















